Betrokkene moet alternatieve oorzaak verhoogd CDT aantonen
Geplaatst op: 05 mei 2018Het is aan een betrokkene zelf om aannemelijk te maken dat hij tot een kleine minderheid van personen behoort bij wie een verhoogde CDT-waarde een andere oorzaak heeft dan alcoholmisbruik (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 29 augustus 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB2523). De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het CDG-syndroom heeft. Uit de in bezwaar door [appellant] overgelegde brief van internist-infectioloog Ellebroek volgt dat Ellebroek geen alternatieve verklaring voor de verhoogde CDT-waarde heeft kunnen vinden. [appellant] heeft met die brief niet aannemelijk gemaakt dat de verhoogde CDT-waarde een andere oorzaak heeft dan alcoholmisbruik en hij heeft dat ook anderszins niet aannemlijk gemaakt. Gelet op het voorgaande bestaat geen grond voor het oordeel dat het CBR [appellant] een alternatief onderzoek had moeten aanbieden (RvS, 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:982)
Ernstige persoonlijkheidsstoornis maakt nog niet ongeschikt voor het rijbewijs
Geplaatst op: 02 april 2018bij voorlopige voorziening
Het CBR heeft het rijbewijs van betrokkene ongeldig verklaard omdat betrokkene een ernstige persoonlijkheidsstoornis heeft waarbij nog geen sprake is van de vereiste stabiele periode van een jaar.
Personen met een ernstige persoonlijkheidsstoornis zijn op grond van de regelgeving niet per definitie ongeschikt voor het rijbewijs. In dit geval heeft het CBR niet gesteld of onderbouwd dat de andere voorwaarden voor ongeschiktheid zijn vervuld, en heeft de rechtbank daarvoor ook geen aanwijzing gevonden in de dossierstukken. Overigens vermeldt de toepasselijke regelgeving niet een verplichte recidiefvrije periode van een jaar. De rechtbank heeft het CBR opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift. Het CBR zal de conclusies van het onderzoek en de wettelijke eisen concreet moeten vertalen naar de geschiktheid of ongeschiktheid van betrokkene voor het rijbewijs.
Bij het psychiatrisch onderzoek van betrokkene zijn geen bijzonderheden geconstateerd, afgezien van de enigszins bagatelliserende en externaliserende indruk die betrokkene op de keurend psychiater maakte. Sindsdien is ruim een jaar verstreken. Ter zitting heeft betrokkene verklaard dat het onverkort beter met haar gaat en daarvoor is steun te vinden in verklaringen van een psychiater en van de huisarts. Gelet op deze stand van zaken in samenhang met de gegrondverklaring van het beroep heeft de rechtbank aanleiding gezien een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het CBR opdracht gegeven het rijbewijs binnen acht dagen aan betrokkene terug te geven in afwachting van het nieuwe besluit (Rb Breda, 15 februari 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BL9508).
Lees meer >
Bayesiaanse alcoholtest voor vaststellen alcoholmisbruik CBR
Geplaatst op: 15 maart 2018Psychiaters moeten bij twijfel gebruik maken van de Beyesiaanse alcoholtest om vast te stellen of er sprake is van alcoholmisbruik in het kader van het CBR onderzoek naar de rijgeschiktheid.
Lees meer >
Twijfel identiteit bestuurder in CBR-procedure
Geplaatst op: 07 maart 2018Ook in de CBR-procedure kan de vraag spelen wie nu de bestuurder van het motorrijtuig is geweest. Alleen aan de bestuurder mag het CBR immers een maatregel opleggen. In de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, 19 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2415 kwam deze vraag ook aan de orde. Uiteindelijk leidde twijfel over de identiteit van de bestuurder tot de teruggave van het rijbewijs.
Lees meer >
Ook mutatiebewijs mag gebruikt worden voor bewijs in CBR-procedure
Geplaatst op: 05 maart 2018De Afdeling heeft meermalen geoordeeld dat het vermoeden dat betrokkene niet langer beschikt over de rijvaardigheid vereist voor het besturen van een of meer categorieën motorrijtuigen waarvoor aan hem een rijbewijs is afgegeven, kan worden gebaseerd op een mutatierapport (Afdeling van 31 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6338, 22 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV6581 en 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:71).