Wanneer onderzoek naar de rijvaardigheid

In de volgende gevallen kan een onderzoek naar de rijvaardigheid worden opgelegd door het CBR:

Bediening van het motorrijtuig

  • een onjuiste bediening van het koppelingspedaal dan wel het gaspedaal, zich manifesterend in het bij herhaling afslaan van de motor dan wel schokkend en slingerend rijden en bochten te ruim nemen dan wel het intrappen van het onjuiste pedaal:
  • een onjuiste bediening van het versnellingsmechanisme, al dan niet in combinatie met het koppelings- of het gaspedaal, waardoor hoorbaar regelmatig de verkeerde versnelling wordt gekozen, langdurig in een te hoge of te lage versnelling wordt gereden en met een te laag of te hoog toerental;
  • een onjuiste bediening van de rem, waardoor bij herhaling abrupt wordt vertraagd en gestopt of met blokkerende wielen wordt geremd;
  • een onjuist gebruik of nalaten van het gebruik van mechanismen en apparatuur van het motorrijtuig die van belang zijn voor de verkeersveiligheid, zoals ruitenwissers, richtingaanwijzers, verlichting en voorruitverwarming.

Beheersing van het motorrijtuig

  • Gebrek aan stuurvastheid waardoor, al dan niet in combinatie, slingerend wordt gereden, en/of bij herhaling van de juiste koers wordt afgeweken, en/of bij het richting veranderen bochten niet vloeiend worden genomen en/of bij het volgen van bochten in het wegverloop het motorrijtuig uit de bocht 'zeilt' 
  • Onvoldoende rekening houden met de omvang van het motorrijtuig waardoor bochten te ruim of te krap worden genomen, en/of andere weggebruikers en obstakels rakelings worden gepasseerd, en/of andere weggebruikers worden klem gereden of de weg wordt afgesneden
  • Overige feiten of omstandigheden waaruit een gebrek in de vaardigheid in de beheersing van het motorrijtuig blijkt, waaronder het motorrijtuig niet onder controle houden op een niet vlakke weg, en/of het bij herhaling op onjuiste wijze keren, achteruitrijden of parkeren, en/of het bij herhaling veroorzaken van aanrijdingen

Het niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens, resulterend in een gevaarlijke situatie of dreigend gevaarlijke situatie 

  • Duidelijk een gedrag tentoonspreiden dat in strijd is met de essentiële verkeersregels en verkeerstekens waaronder spookrijden, het gevaarlijk inhalen of het niet verlenen van voorrang, het bij herhaling rijden met te hoge snelheden onder gevaarzettende omstandigheden.

Bedrevenheid in het deelnemen aan het verkeer

  • Hanteren van een verkeerde kijktechniek en een slecht kijkgedrag al of niet met gebruikmaking van spiegels waardoor in gevaarlijke situaties niet of niet voldoende op het overige verkeer wordt gelet
  • Gebrek aan inzicht in risico's in het verkeer, waaronder
    • het onvoldoende anticiperen op het gedrag van andere weggebruikers
    • het niet adequaat reageren op bijzondere verkeerssituaties, zoals filevorming
    • het niet tijdig onderkennen van de invloed van factoren, zoals het weer, de toestand van de weg, het tijdstip, de aanwezigheid van scholen, voetgangersoversteekplaatsen, de specifieke eigenschappen en de toestand van het eigen motorrijtuig en van andere voertuigen en van de vervoerde lading
    • het uitvoeren van gevaarlijke inhaalmanoeuvres en inhalen nabij voetgangersoversteekplaatsen, waarbij voetgangers duidelijk in gevaar zijn gebracht
    • het met een te hoge snelheid naderen van en inhalen nabij voetgangersoversteekplaatsen of in andere onoverzichtelijke situaties, zoals kruisingen en spoorwegovergangen
    • het aanhouden van, gelet op de snelheid waarmee gereden wordt, een te korte en derhalve onveilige volgafstand;
    • het geen rekening houden met de belangen van andere weggebruikers, zoals het niet geven van gelegenheid tot invoegen bij een rijbaanversmalling, na inhalen, vanaf de invoegstrook of het blokkeren van doorgangen en dubbel parkeren
  • Incorrect samenspel met andere verkeersdeelnemers in het verkeer, waaronder
    • het rijden met een niet aan de snelheid van de overige gelijksoortige verkeersdeelnemers aangepaste snelheid;
    • het onnodig remmen en stoppen;
    • het snijden: het niet juist afmaken van de inhaalmanoeuvre door te snel en te abrupt naar rechts te gaan;
    • het op te korte afstand volgen van voorliggers (bumperkleven);
    • het onjuist invoegen op autowegen en autosnelwegen;
    • het onjuist invoegen bij vermindering van het aantal rijstroken.

Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens (door beginnend bestuurders)

  • In de hoedanigheid van beginnende bestuurder drie maal tijdens of na een periode van vijf jaar na de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven onherroepelijk veroordeeld zijn of een transactievoorstel (boete van het CJIB) hebben voldaan voor het veroorzaken van gevaar op de weg (art 5 WVW), het veroorzaken van een ongeval waardoor letsel aan personen of schade aan goederen is veroorzaakt, en het begaan van snelheidsovertredingen van meer dan 30km/u (op snelweg 40 km/u). 

Wanneer aan één van deze voorwaarden is voldaan, kan het CBR besluiten dat de betrokkene zich moet onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid. Of daadwerkelijk wordt besloten dat de betrokkene een onderzoek naar de rijvaardigheid moet ondergaan, is afhankelijk van de aard en de ernst van de concrete omstandigheden van het geval die aan het CBR zijn gemeld. 

Eerst EMG

Een onderzoek naar de rijvaardigheid kan alleen worden opgelegd indien betrokkene niet in aanmerking komt voor een Educatie Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG). Dit is in de volgende gevallen:

  • Indien betrokkene een ongeval heeft veroorzaakt waardoor een ander is gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht,
  • Indien betrokkene bewust op een andere weggebruiker is ingereden,
  • Indien blijkt dat betrokkene de Nederlandse taal dan wel een andere taal waarin de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer wordt gegeven, niet of niet in voldoende mate beheerst,
  • Indien betrokkene de afgelopen vijf jaar reeds twee maal aan de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer heeft deelgenomen,
  • Indien betrokkene naar het oordeel van een medisch deskundige lijdt aan een ernstige psychiatrische stoornis of dementie, dan wel aan een langdurige lichamelijke stoornis die deelname onmogelijk maakt,
  • Indien het vermoeden bestaat dat er bij betrokkene sprake is van alcoholverslaving,
  • Indien betrokkene bij de politie bekend staat als gebruiker van drogerende stoffen.
Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden