Rijbewijs terug na poging zelfdoding
Geplaatst op: 05 december 2024Ook na een vermoeden van een poging zelfdoding bestaat de mogelijkheid om het rijbewijs voorlopig terug te krijgen. Het zijn geen eenvoudige procedures en u moet de rechter ook wel mee hebben, maar het is mogelijk, zo blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, 26 januari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:523. In deze zaak bepaalde de rechter dat de verzoeker zijn rijbewijs voorlopig toch terug kon krijgen, hangende het onderzoek bij het CBR. De rechter motiveerde dit als volgt:
Lees meer >
Ontkenning bestuurderschap
Geplaatst op: 10 oktober 2024Als er bij een snelheidsovertreding geen staandehouding heeft plaatsgevonden, kan er twijfel ontstaat over het bestuurderschap. Dat kan onder omstandigheden reden zijn dat het CBR onder die omstandigheden geen maatregel mocht opleggen.
Uit de uitspraak van de Afdeling van 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3712, volgt dat met voldoende zekerheid moet zijn komen vast te staan dat de betrokkene als bestuurder is opgetreden. Daarvoor is echter niet noodzakelijk dat de betrokken bestuurder staande wordt gehouden. Ook op andere wijze kan de identiteit van de bestuurder met voldoende zekerheid komen vast te staan. In het geval de vaststelling van het CBR is gebaseerd op de constatering van een verbalisant, opgenomen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal waarin gemotiveerd is beschreven dat de verbalisant de bestuurder positief heeft herkend, mag het CBR daar in beginsel op afgaan. Dat is anders wanneer er aanleiding bestaat voor redelijke twijfel aan de in het proces-verbaal opgenomen waarneming van de verbalisant.
Lees meer >
Melding Marechaussee mag gebruikt worden door het CBR
Geplaatst op: 14 maart 2024Ook meldingen die afkomstig zijn van de Marechaussee mogen door het CBR worden gebruikt om een maatregel op te leggen. Dat zien we in de uitspraak van de Voorzieningenrechter Limburg 12 februari 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:1189:
De voorzieningenrechter overweegt dat uit artikel 159, aanhef en onder a, van de Wvw 1994 in samenhang bekeken met artikel 141, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) blijkt dat de door de minister van Veiligheid en Justitie in overeenstemming met de minister van Defensie aangewezen militairen van de Koninklijke Marechaussee belast zijn met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de Wvw 1994. Artikel 4, eerste lid, van de Politiewet somt de politietaken op die aan de Koninklijke Marechaussee zijn opgedragen. Het vierde lid van artikel 4 van de Politiewet bepaalt dat, hoewel bevoegd tot de opsporing van alle strafbare feiten, de militair van de Koninklijke Marechaussee die is aangewezen krachtens artikel 141 Sv zich onthoudt van optreden anders dan in het kader van de uitvoering van zijn politietaken, bedoeld in het eerste lid. Uit de memorie van toelichting op de Politiewet 2012 (Kamerstukken II, 2006/07, 30 880, nr. 3, p. 46) volgt dat is beoogd om de Koninklijke Marechaussee wat betreft haar opsporingsbevoegdheid in dezelfde positie te brengen als de politie. Het tweede deel van het vierde lid van artikel 4 houdt dan ook niet meer in dan een instructienorm. De rechtmatigheid van het optreden van een militair van de Koninklijke Marechaussee kan niet met een beroep op deze bepaling worden aangevochten.
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de verbalisant van de Koninklijke Marechaussee bevoegd was tot de opsporing van feiten die strafbaar zijn gesteld in de Wvw 1994 en dus ook tot de staandehouding van verzoeker in de onderhavige zaak.
Lees meer >
Vrijspraak in strafzaak; hoe zit het nu met de CBR cursus of het onderzoek?
Geplaatst op: 20 juni 2023Regelmatig krijgen wij zaken van clienten die zelf geen bezwaar hebben aangetekend tegen een besluit van het CBR waarbij een cursus of een onderzoek werd opgelegd, of dat ze wel bezwaar hebben gemaakt, maar niet door hebben gezet naar beroep of hoger beroep. Later worden ze dan vrijgesproken door de politierechter of wordt de strafzaak geseponeerd. Ze willen dan ook de kosten van de cursus of het onderzoek terug krijgen of nog hier onderuit komen als ze het nog niet gedaan hebben en daardoor bijvoorbeeld het rijbewijs ongeldig is geworden. Hoe werkt dat?
Lees meer >
CBR moet binnen 6 maande een beslissing nemen
Geplaatst op: 29 november 2021Het CBR is wel verplicht om binnen 6 maanden na de datum van de overtreding een beslissing te nemen.
Overschrijding van de termijn van vier weken als bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is geen fatale termijn volgens vaste rechtspraak van de Afdeling. De termijnoverschrijding van zes maanden van artikel 3, derde lid, van de Regeling is wel fataal, maar in het onderhavige geval is er sprake van een uitzondering, omdat in de aard van de zaak gelegen omstandigheden de termijnoverschrijding rechtvaardigen nu de melding pas later uit Duitsland kwam. (tECLI:NL:RBLIM:2021:4371).