CBR mag buitenlands rijbewijs niet ongeldig verklaren
Geplaatst op: 12 juli 2016Wanneer de houder van een buitenlands rijbewijs in Nederland woonachtig is, kan het CBR een maatregel opleggen en de geldigheid van het rijbewijs schorsen. Dat doet het CBR middels een besluit. De datum waarop het besluit wordt genomen, is leidend voor de vraag of iemand in Nederland woonachtig is en dus in Nederland staat ingeschreven. Evenwel betekent dit niet dat het CBR na het onderzoek naar de rijgeschiktheid ook hetzelfde rijbewijs ongeldig kan verklaren. Het ongeldig verklaren van het rijbewijs doet het CBR middels een apart besluit. Dat is namelijk het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs. Ook voor dit besluit geldt dat de datum waarop het besluit wordt genomen leidend is voor de vraag of de houder van het buitenlands rijbewijs in Nederland woonachtig is. Is deze houder dus in de tijd tussen het opleggen van de maatregel en het ongeldig verklaren van het rijbewijs verhuisd naar het buitenland en dus uitgeschreven in Nederland, dan mag het CBR niet meer het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs nemen. Het CBR moet het rijbewijs dan aan de houder terug geven. Bent u in deze tussentijd uitgeschreven in Nederland en verklaart het CBR uw rijbewijs toch ongeldig, neem dan contact met ons op! Wij zullen u bijstaan.
Lees meer >
Diagnose alcoholmisbruik onterecht, ondanks tolerantie, gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef
Geplaatst op: 26 mei 2016In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1092 kwam de psychiater tot de diagnose alcoholmisbruik op de volgende gronden:
- Een alcoholpromillage van 1.576;
- Daardoor volgens de psychiater tolerantie opgebouwd, omdat hij bestuurdershandelingen kon verrichten;
- Een beperkt verantwoordelijkheidsgevoel;
- Een EMA gevolgd;
- en verhoogd CDT, dat na een confirmatieonderzoek niet verhoogd bleek te zijn.
Het CBR volgde de psychiater in zijn advies dat er sprake zou zijn van alcoholmisbruik en verklaarde het rijbewijs van de betrokkene ongeldig. Ten onrechte oordeelde de rechtbank, en nu ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog: “Nu bij deze stand van zaken niet langer uitgegaan kan worden van de juistheid van de uitslag van het eerste laboratoriumonderzoek dat een verhoogde CDT-waarde aangaf, terwijl die uitslag de meest substantiële grond is waarop het rapport van 9 juni 2010 is gebaseerd gelegd, mocht het CBR bij zijn besluitvorming niet uitgaan van dit gebrekkig gebleken rapport.”
Lees meer >
Hoe kom ik van het alcoholslot af?
Geplaatst op: 19 mei 2016Er bestaan nu twee mogelijkheden om van het alcoholslot af te komen;
- Via een kort geding tegen het CBR waarin u eist dat het alcoholslot wordt beëindigd
- Door het aanvragen van een eigen verklaring bij het CBR. Als het CBR die weigert, moet u hiertegen in bezwaar gaan en daarna in beroep
Nu het CBR heeft aangegeven dat het alcoholslot uit de auto kan worden gehaald en dat NIEMAND meer hoeft mee te werken aan het alcoholslotprogramma, kunt u het beste optie 2 volgen. Het CBR zal in vrijwel alle gevallen u toestaan om in het kader van de eigenverklaringsprocedure een psychiatrisch onderzoek te ondergaan. Als u zich goed op dit onderzoek voorbereidt, hebt u vrij snel uw rijbewijs weer terug.
Lees meer >
Begrip bestuurder in CBR-procedure
Geplaatst op: 04 maart 2016Wanneer u niet als bestuurder hebt opgetreden, kan het CBR geen maatregel opleggen. Het is belangrijk dat u hier goed op verweer voert. U kunt op basis hiervan mogelijk onder een dure cursus of een uiterst lastig onderzoek uitkomen.
Lees meer >
Evident onjuiste beslissing levert op zichzelf geen spoedeisendheid op
Geplaatst op: 29 januari 2016Aan de stelling van verzoeker dat het bestreden besluit evident onjuist is, omdat het onbevoegd genomen is, kan evenmin de conclusie worden verbonden dat sprake is van onverwijlde spoed tot het treffen van de gevraagde voorziening. Op zichzelf genomen levert onrechtmatigheid van de bestreden besluitvorming – wat daar verder ook van zij – geen spoedeisend belang op bij het treffen van een voorlopige voorziening.
vlg. ECLI:NL:CRVB:2014:373, Centrale Raad van Beroep, 13-6495 AW-VV