Bloedonderzoek verplicht voor CBR, ook als dat strijdig is met geloofsovertuiging
In de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, 26 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7683 is nog eens bevestigd dat een bloedonderzoek een verplicht onderdeel vormt van het psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid. Ook een strijdigheid met een geloofsovertuiging is geen reden om daarvan af te zien.
De rechtbank overwoog:
“Uit paragraaf 8.8. van de Bijlage behorende bij de Regeling eisen rijgeschiktheid volgt dat voor de beoordeling of sprake is van misbruik van psychoactieve middelen een specialistisch rapport is vereist. Personen die misbruik maken van dergelijke middelen zijn zonder meer ongeschikt. Indien zij aannemelijk of aantoonbaar zijn gestopt met dit misbruik, dient een recidiefvrije periode van een jaar te zijn gepasseerd voordat zij door middel van een herkeuring – op basis van een specialistisch rapport – geschikt kunnen worden geacht. Een strenge opstelling van de keurend arts is aangewezen, gezien de gevaren die het gebruik van deze middelen oplevert voor de verkeersveiligheid.
19. Een bestuursorgaan, in dit geval het CBR, mag afgaan op het psychiatrisch rapport dat aan hem is uitgebracht, nadat het is nagegaan of dit rapport op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Indien de belanghebbende concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het rapport, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het rapport afgaan. Zo nodig vraagt het de adviseur een reactie op wat de belanghebbende over het advies heeft aangevoerd.1
20. Zoals onder rechtsoverweging 5 al was opgenomen, heeft de psychiater in het geval van eiser geoordeeld dat naar mening van de psychiater niet met zekerheid kan worden gesteld dat er sprake is van een recidiefvrije periode van een jaar met betrekking tot het drugsmisbruik, omdat het bloedonderzoek ontbreekt. De psychiater heeft daarom een ongeschiktheid voor beide categorieën geadviseerd.
21. Het CBR heeft op de zitting onweersproken uiteengezet waarom specifiek het bloedonderzoek nodig is om te kunnen beoordelen of eiser geschikt kan worden geacht om weer te kunnen rijden. Met behulp van het bloedonderzoek kan men opmaken of er sprake is van recreatief cannabis gebruik of dat er sprake is van cannabis misbruik. Dit onderscheid kan niet worden gemaakt met een ander onderzoek of een enkele vingerprik. Dit volgt ook uit de Richtlijn Drugsmisbruik in het kader van rijgeschiktheidskeuringen.
22. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het CBR zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het bloedonderzoek noodzakelijk is om vast te kunnen stellen of eiser geschikt is tot het besturen van motorrijtuigen. In wat eiser heeft aangevoerd waarom hij geen bloedonderzoek wil ondergaan, heeft het CBR geen reden hoeven zien om af te zien van het bloedonderzoek.”
< Terug naar Meer informatie onderzoek naar de rijgeschiktheid (bij alcohol)< Terug naar Meer informatie onderzoek naar de rijgeschiktheid (drugs)
< Terug naar Meer informatie rijbewijs ongeldig verklaard