CBR mag uitgaan van uitslag ademanalyse, ook al is uitslag bloedonderzoek lager
Een bloedonderzoek als tegenonderzoek heeft helaas niet altijd zin. Alleen als het bloedonderzoek komt tot een substantieel, niet door tijdsverloop, te verklaren verschil, vormt dat reden voor het CBR om af te wijken. Is de afwijking slechts gering en kan dit worden verklaard door het tijdsverloop tussen de ademanalyse en het bloedonderzoek, dan hoeft het CBR daar geen rekening mee te houden.
Dat volgt uit een uitspraak van de Rechtbank Zeeland West-Brabant van 11 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:2124 waar de rechter als volgt oordeelde:
“Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat in beginsel uit kan worden gegaan van een ademanalyse. De voorzieningenrechter ziet geen reden om daar in dit geval niet vanuit te gaan. De voorzieningenrechter ziet geen reden te twijfelen aan het ademonderzoek noch het resultaat daarvan. Ongeveer een kwartier na de eerste test is de tweede aangevangen. Die heeft wel geleid tot een voltooid onderzoek en een uitslag. Ondanks de eerdere melding heeft het apparaat dus een resultaat opgeleverd. De voorzieningenrechter ziet geen reden om er van uit te gaan dat de tweede analyse of dat resultaat niet juist is. Uit het bloedonderzoek dat 2 uur later heeft plaatsgevonden blijkt een iets lager promillage. Het is echter van algemene bekendheid dat door tijdsverloop alcohol in het lichaam wordt afgebroken. Dit blijkt ook uit informatie van bijvoorbeeld [zorgorganisatie] . De uitslag van het bloedonderzoek wijkt niet zoveel af van dat van het ademonderzoek en kan worden verklaard door het tijdsverloop. Deze geringe afwijking ondersteunt naar het oordeel van de voorzieningenrechter de juistheid van de uitslag van de ademanalyse.”
< Terug naar Meer informatie EMA< Terug naar Meer informatie LEMA
< Terug naar Meer informatie onderzoek naar de rijgeschiktheid (bij alcohol)