Onvoldoende gemotiveerd waarom rijvaardigheidsonderzoek niet was geslaagd
Een rijvaardigheidsonderzoek wordt afgenomen door een rijvaardigheidsadviseur. Die moet aan de hand van een standaardformulier aangeven of de betrokkene voldoet aan de eisen van rijvaardigheid. Als het rijvaardigheidsonderzoek als onvoldoende wordt beoordeeld, dient het CBR goed te motiveren waarom iemand het rijvaardigheidsonderzoek dan niet heeft gehaald. In de zaak die uiteindelijk speelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:759) was dat duidelijk niet goed gegaan;
De afdeling overwoog dat het CBR niet had voldaan het vereiste van een zorgvuldige voorbereiding en de vergewisplicht:
4.1. Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat [appellant] over het advies heeft aangevoerd.
4.2. In het verslag van de rijvaardigheidsadviseur zijn de scores van [appellant] van de verschillende onderdelen van het rijvaardigheidsonderzoek opgenomen. Daaruit volgt dat hij voor vijftien onderdelen onvoldoende punten heeft behaald. De rijvaardigheidsadviseur heeft zijn verslag in een ander formulier toegelicht. Deze toelichting is niet bij het primaire besluit, noch in bezwaar aan [appellant] overgelegd. In het besluit op bezwaar is het CBR ook niet ingegaan op deze toelichting. Het CBR heeft de toelichting van de rijvaardigheidsadviseur alsnog overgelegd in beroep.
4.3. De Afdeling is daarom van oordeel dat het besluit op bezwaar onzorgvuldig is voorbereid en in strijd met de vergewisplicht is genomen. Het CBR moest de toelichting overleggen aan [appellant] zodat hij zich adequaat kon verdedigen in bezwaar. Daarbij had het CBR, als onderdeel van zijn vergewisplicht, in zijn motivering van het besluit op bezwaar moeten ingaan op de toelichting. Het CBR heeft, zonder in te gaan op de toelichting, niet inzichtelijk gemotiveerd waarom het is afgegaan op het verslag. De rechtbank heeft dat niet onderkend.
< Terug naar Algemene verweren< Terug naar Meer informatie onderzoek naar de rijvaardigheid