Ernstige persoonlijkheidsstoornis maakt nog niet ongeschikt voor het rijbewijs

Geplaatst op: 02 april 2018

bij voorlopige voorziening

Het CBR heeft het rijbewijs van betrokkene ongeldig verklaard omdat betrokkene een ernstige persoonlijkheidsstoornis heeft waarbij nog geen sprake is van de vereiste stabiele periode van een jaar.

Personen met een ernstige persoonlijkheidsstoornis zijn op grond van de regelgeving niet per definitie ongeschikt voor het rijbewijs. In dit geval heeft het CBR niet gesteld of onderbouwd dat de andere voorwaarden voor ongeschiktheid zijn vervuld, en heeft de rechtbank daarvoor ook geen aanwijzing gevonden in de dossierstukken. Overigens vermeldt de toepasselijke regelgeving niet een verplichte recidiefvrije periode van een jaar. De rechtbank heeft het CBR opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift. Het CBR zal de conclusies van het onderzoek en de wettelijke eisen concreet moeten vertalen naar de geschiktheid of ongeschiktheid van betrokkene voor het rijbewijs.

Bij het psychiatrisch onderzoek van betrokkene zijn geen bijzonderheden geconstateerd, afgezien van de enigszins bagatelliserende en externaliserende indruk die betrokkene op de keurend psychiater maakte. Sindsdien is ruim een jaar verstreken. Ter zitting heeft betrokkene verklaard dat het onverkort beter met haar gaat en daarvoor is steun te vinden in verklaringen van een psychiater en van de huisarts. Gelet op deze stand van zaken in samenhang met de gegrondverklaring van het beroep heeft de rechtbank aanleiding gezien een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het CBR opdracht gegeven het rijbewijs binnen acht dagen aan betrokkene terug te geven in afwachting van het nieuwe besluit (Rb Breda, 15 februari 2010,  ECLI:NL:RBBRE:2010:BL9508).

Lees meer >


Onvoldoende aanwijzing poging tot zelfdodiging met auto

Geplaatst op: 30 maart 2015

Op grond van artikel 5 sub b en c jo artikel 6 van de Regeling Maatregelen rijvaardigheid en rijgeschiktheid 2011 kan het rijbewijs worden geschorst indien er met de auto een poging tot zelfdoding is ondernomen, Wel is er vereist dat er voldoende aanwijzingen hiervoor bestaan. Dit volgt onder meer uit een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, 26 januari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:523.

Lees meer >


Rapport psychiater moet duidelijke conclusie bevatten

Geplaatst op: 26 augustus 2014

Wanneer het CBR op grond van een rapport van een psychiater het rijbewijs van een betrokkene ongeldig wil verklaren, dient dat rapport een duidelijke conclusie te bevatten over de rijgeschiktheid. In een zaak die speelde bij de rechtbank Breda, 22 januari 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BL9502 ontbrak die conclusie. De rechtbank oordeelde om die reden dat CBR had niet zonder nadere raadpleging van de keurend psychiater een conclusie over de rijgeschiktheid mogen trekken, gelet op de omstandigheden van deze zaak en de gemotiveerde betwisting door betrokkene. De rechtbank heeft het CBR vervolgens opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift. Het CBR zal de (psychiatrische) conclusies van het onderzoek en de wettelijke eisen concreet moeten vertalen naar de geschiktheid of ongeschiktheid van betrokkene voor het rijbewijs. Personen met een bipolaire stoornis of een persoonlijkheidsstoornis zijn namelijk niet per definitie ongeschikt voor het rijbewijs, zo blijkt uit de toepasselijke regelgeving.

Lees meer >


Ingangsdatum recidiefvrije periode bij psychotische stoornis

Geplaatst op: 12 juli 2014

Wanneer iemand psychotisch is geweest, en op die grond het rijbewijs ongeldig is verklaard, kan hij/zij het rijbewijs weer terug krijgen via de eigen verklaringsprocedure nadat een recidiefvrije periode is verstreken. Van belang is hierbij wel dat de ingangsdatum van de recidiefvrije periode juist wordt vastgesteld. De ingangsdatum is het moment dat de stoornis in remissie is. De vraag is alleen wanneer dat moment precies aanvangt.

In een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem van 23 oktober 2012 (ECLI:NL:RBHAA:2012:BY8798) had de psychiater als aanvangsdatum aangehouden het moment dat de betrokkene was gestopt met de medicatie. De voorzieningenrechter is het hier niet mee eens, en oordeelt dat het moment dat betrokkene is begonnen met de medicatie als aanvangsdatum heeft te gelden:

Lees meer >


Ernstige persoonlijkheidsstoornis maakt nog niet ongeschikt voor het rijbewijs

Geplaatst op: 25 juni 2014

Personen met een ernstige persoonlijkheidsstoornis zijn op grond van de regelgeving niet per definitie ongeschikt voor het rijbewijs. In dit geval heeft het CBR niet gesteld of onderbouwd dat de andere voorwaarden voor ongeschiktheid zijn vervuld, en heeft de rechtbank daarvoor ook geen aanwijzing gevonden in de dossierstukken. Overigens vermeldt de toepasselijke regelgeving niet een verplichte recidiefvrije periode van een jaar. De rechtbank heeft het CBR opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift. Het CBR zal de conclusies van het onderzoek en de wettelijke eisen concreet moeten vertalen naar de geschiktheid of ongeschiktheid van betrokkene voor het rijbewijs. Bij het psychiatrisch onderzoek van betrokkene zijn geen bijzonderheden geconstateerd, afgezien van de enigszins bagatelliserende en externaliserende indruk die betrokkene op de keurend psychiater maakte. Sindsdien is ruim een jaar verstreken. Ter zitting heeft betrokkene verklaard dat het onverkort beter met haar gaat en daarvoor is steun te vinden in verklaringen van een psychiater en van de huisarts. Gelet op deze stand van zaken in samenhang met de gegrondverklaring van het beroep heeft de rechtbank aanleiding gezien een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het CBR opdracht gegeven het rijbewijs binnen acht dagen aan betrokkene terug te geven in afwachting van het nieuwe besluit.
Dit oordeelde de rechtbank Breda in een uitspraak van 15 februari 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BL9508.

Lees meer >


Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden