Diagnose alcoholmisbruik mag niet alleen worden gebaseerd op onderrapportage
De diagnose alcoholmisbruik mag niet alleen worden gebaseerd op een onderrapportage van het normale alcoholgebruik of het alcoholgebruik op de dag van de aanhouding. In haar uitspraak van 24 april 20192 heeft de Afdeling overwogen dat een psychiater de conclusie dat sprake is van ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ niet uitsluitend kan baseren op de anamnese in combinatie met een sterk verhoogd ademalcoholgehalte omdat de betrouwbaarheid van de anamnestische gegevens in de keuringssituatie laag is en het ademalcoholgehalte steeds een momentopname is. Met andere woorden; het enkele feit dat een betrokkene niet helemaal eerlijk is over zijn alcoholgebruik, kan nog niet direct leiden tot een diagnose alcoholmisbruik.
De Afdeling heeft dit gemotiveerd met het argument dat de bestuurder in kwestie het rijbewijs doorgaans wenst te behouden. Een betrokkene zal zijn alcoholgebruik tegenover de psychiater vaak presenteren op een manier waarvan hij denkt dat dit gunstig is om zijn rijbewijs te behouden, bijvoorbeeld door te verklaren dat hij goed tegen alcohol kan en er weinig van merkt of doorgaans niet veel drinkt. Dit soort verklaringen wordt door een psychiater nogal eens in het nadeel van de betrokkene uitgelegd, bijvoorbeeld door te concluderen dat deze een tolerantie voor alcohol heeft opgebouwd of zijn drankgebruik bagatelliseert. De Afdeling heeft het onwenselijk geacht dat in een dergelijk geval alleen de eigen, niet erg betrouwbare, verklaring van een betrokkene voldoende is voor de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’. Daarom kan de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ alleen worden verkregen met de hulp van meerdere aanwijzingen die die diagnose ondersteunen en die een aanwijzing kunnen vormen voor de aanwezigheid van een alcoholprobleem. Die aanwijzingen kunnen onder meer worden gevonden in de omstandigheden van de aanhouding. Daarbij valt te denken aan contextuele zaken of observaties van de verbalisanten, zoals het (relatief) ontbreken van intoxicatieverschijnselen tijdens de aanhouding, die in het proces-verbaal zijn genoteerd. Daarnaast is het goed of langdurig kunnen functioneren met hoge promillages alcohol een aanwijzing voor alcoholtolerantie en daarmee voor de aanwezigheid van problemen met het gebruik van alcohol. In dat verband kan worden gedacht aan het kunnen besturen van een auto onder invloed van hoge promillages alcohol. De Afdeling heeft in de uitspraak van 13 september 20233 verder verduidelijkt dat anamnestische gegevens die bevestigend zijn voor drugsmisbruik terwijl er geen reden is om aan de nemen dat deze onbetrouwbaar zijn, wel als basis mogen worden gebruikt voor de diagnose alcoholmisbruik.
Dit zagen we ook in de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam, 19 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3116. In die zaak ging het om onderrapportage vanwege het geconstateerde alcoholgehalte van 805 µg/l bij de aanhouding in combinatie met de verklaring van eiser tijdens de anamnese dat hij gemiddeld één dag in de week alcohol drinkt met een gemiddelde alcoholconsumptie van één tot twee glazen per dag. Het betreft hier een bevinding die uitsluitend is gebaseerd op de anamnese in combinatie met het verhoogde alcoholgehalte.
De rechtbank overwoog:
“De bevinding van de psychiater achter het eerste gedachtestreepje – kort gezegd: volharding in het alcoholgebruik in de wetenschap van de mogelijke negatieve consequenties – is gebaseerd op de verklaring van eiser dat hij voor de aanhouding alcohol heeft gedronken terwijl hij wist dat hij nog moest rijden. Ook dit gegeven is gebaseerd op de anamnese. Daarbij komt dat eiser de uit zijn verklaring getrokken conclusie heeft betwist. De psychiater heeft deze bevinding kennelijk gebaseerd op het antwoord van eiser op de vraag “Wist u voor het drinken dat u nog een motorvoertuig zou besturen?”. Deze vraag is blijkens het ingevulde formulier met “ja” beantwoord. Eiser heeft echter aangevoerd dat hij hiermee niet heeft bedoeld te zeggen dat hij van tevoren de keuze had gemaakt te gaan rijden met te veel alcohol op. Volgens eiser zou hij, in het geval van te veel alcohol, een taxi naar huis hebben genomen. De beslissing om toch te gaan rijden had te maken met een telefoontje van de zus van eiser die hem dringend vroeg direct te komen in verband met een ruzie. Gelet op deze gemotiveerde betwisting door eiser, kan niet zonder meer worden uitgegaan van een betrouwbaar anamnestisch gegeven en kan de door de psychiater getrokken conclusie “Betrokkene heeft voor de aanhouding alcohol gedronken in de wetenschap dat er later nog een motorvoertuig bestuurd moest worden” niet zonder meer standhouden. Hetzelfde geldt voor de hiermee kennelijk verband houdende bevinding van de psychiater dat eiser is gaan rijden terwijl hij wist dat dat tot het verlies van zijn rijbewijs zou kunnen leiden en dat eiser zich kennelijk onvoldoende heeft kunnen beheersen ten aanzien van het alcoholgebruik. Nu voorts uit het laboratoriumonderzoek geen alcoholmisbruik in ruime zin valt af te leiden en voor die conclusie ook verder geen aanwijzingen zijn gebleken (zoals aanwijzingen voor tolerantie, zie hiervoor in 6.2), oordeelt de rechtbank dat de rapportage niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen (zie hiervoor in 6.1). Het CBR heeft zijn besluitvorming daarom niet op de rapportage van de psychiater mogen baseren.”
< Terug naar Meer informatie onderzoek naar de rijgeschiktheid (bij alcohol)< Terug naar Meer informatie rijbewijs ongeldig verklaard