Stoornis in het gezichtsvermogen – geschiktheidseisen CBR bij oogaandoeningen

De regeling eisen rijgeschiktheid geeft in paragraaf 3 een opsomming van de eisen die worden gesteld bij verschillende stoornissen in het gezichtsvermogen.

3.2.1. Visuseisen rijbewijzen van groep 1

  • De binoculaire visus moet, eventueel gecorrigeerd, ten minste 0,5 te bedragen.
  • Bij personen die het gezichtsvermogen aan één oog missen, of die in geval van diplopie slechts een oog gebruiken, dient de visus van het functionerende oog ten minste 0,5 te bedragen. Voor hen geldt tevens paragraaf 3.4.

In uitzonderlijke omstandigheden kunnen personen met een visus vanaf 0,4 tot 0,5 geschikt worden verklaard voor rijbewijzen van groep 1. Voorwaarden zijn de afwezigheid van andere interfererende visuele functiestoornissen, een rapport van een oogarts en een positieve rijtest (zie ook paragraaf 3.5).

3.2.1.1. Rijden met een monoculair bioptisch telescoopsysteem bij daglicht
Onder voorwaarden kunnen personen die de visus van 0,5 bereiken met behulp van een monoculair bioptisch telescoopsysteem (BTS) geschikt worden verklaard voor een rijbewijs van de categorieën B, BE en T met de beperking ‘alleen rijden met daglicht’.

De voorwaarden zijn dat:

•de visus met beide ogen tezamen, eventueel gecorrigeerd, ten minste 0,16 bedraagt;

•de visus bij kijken door de bioptische telescoop ten minste 0,5 bedraagt;

•die persoon niet het gezichtsvermogen van één oog volledig is kwijtgeraakt of slechts één oog gebruikt; en

•er geen andere hinderlijke oogheelkundige functiestoornissen met betrekking tot verkeersdeelname zijn.

Een rapport van een oogarts is vereist. De maximale geschiktheidstermijn is vijf jaar. Voor de beoordeling van de geschiktheid is een rijtest vereist met een deskundige op het gebied van de praktische geschiktheid van het CBR. Het CBR heeft voor de rijtest een protocol. Voor een rijtest komen alleen personen in aanmerking die, blijkend uit een verklaring van een door het CBR erkende instelling, voldoende training hebben gehad in het rijden met een bioptisch telescoopsysteem bij daglicht.

Na een positieve rijtest kunnen personen die een bioptisch telescoopsysteem gebruiken geschikt worden verklaard met beperking van de rijbevoegdheid tot:

•alleen rijden met een bioptisch telescoopsysteem;

•alleen rijden bij daglicht (vanaf één uur na zonsopgang tot één uur voor zonsondergang);

•alleen tijdens privégebruik; en

•rijden met voertuigen met een automatische schakeling in geval van rijbewijzen van de categorie B en BE.

Op verzoek kunnen personen met een bioptisch telescoopsysteem geschikt worden verklaard voor beroepsmatig gebruik voor maximaal vier uren per dag, uitgezonderd beroepsmatig personenvervoer of het onder toezicht doen besturen van derden. Voorwaarde is een verklaring van de werkgever, volgens een door het CBR vastgesteld model.

3.2.1.2. Rijden met een monoculair bioptisch telescoopsysteem in het donker
Onder voorwaarden kunnen personen die de visus van 0,5 bereiken met behulp van een monoculair bioptisch telescoopsysteem (BTS) geschikt worden verklaard voor een rijbewijs van de categorieën B, BE en T zonder de beperking ‘alleen rijden bij daglicht’.

De voorwaarden zijn dat:

•de rijbewijsbezitter ten minste één jaar in het bezit is van een rijbewijs voor het rijden met een BTS bij daglicht voor de categorie waarop de aanvraag betrekking heeft;

•de visus met beide ogen tezamen, eventueel gecorrigeerd, ten minste 0,16 bedraagt;

•de visus bij kijken door de bioptische telescoop ten minste 0,5 bedraagt;

•die persoon niet het gezichtsvermogen van één oog volledig is kwijtgeraakt of slechts één oog gebruikt; en

•er geen andere hinderlijke oogheelkundige functiestoornissen met betrekking tot verkeersdeelname zijn.

Een rapport van een oogarts is vereist. De maximale geschiktheidstermijn is vijf jaar. Voor de beoordeling van de geschiktheid is een rijtest in het donker vereist met een deskundige op het gebied van de praktische geschiktheid van het CBR. Het CBR heeft voor de rijtest een protocol.

Voor een rijtest komen alleen personen in aanmerking die, blijkend uit een verklaring van een door het CBR erkende instelling, voldoende training hebben gehad in het rijden met een bioptisch telescoopsysteem in het donker. De rijtest wordt afgenomen in de avonduren tussen 1 november en 1 april. Aanvang van de rijtest is minimaal 40 minuten na zonsondergang. Het maximum aantal rijtesten voor het rijden in het donker is twee rijtesten per persoon per vijf jaar.

Na een positieve rijtest in het donker kunnen personen die een bioptisch telescoopsysteem gebruiken geschikt worden verklaard met beperking van de rijbevoegdheid tot:

•alleen rijden met een bioptisch telescoopsysteem;

•alleen tijdens privégebruik; en

•rijden met voertuigen met een automatische schakeling ingeval van rijbewijzen van de categorie B en BE.

Op verzoek kunnen personen met een bioptisch telescoopsysteem geschikt worden verklaard voor beroepsmatig gebruik voor maximaal vier uren per dag, uitgezonderd beroepsmatig personenvervoer of het onder toezicht doen besturen van derden. Voorwaarde is een verklaring van de werkgever, volgens een door het CBR vastgesteld model.

3.2.2. Visuseisen rijbewijzen van groep 2
De visus van het beste oog dient, eventueel gecorrigeerd, ten minste 0,8 te bedragen en van het minder goede oog, eventueel gecorrigeerd, ten minste 0,1.

Ongeschiktheid bestaat ook bij een plotselinge, substantiële terugval van de visus in één oog. Deze personen kunnen na een aanpassingsperiode van minimaal drie maanden en op basis van een positief advies van een oogarts weer geschikt worden verklaard voor rijbewijzen van groep 2, mits de resterende visus voldoet aan bovengenoemde minimumnorm.

3.2.3. Brekingsafwijkingen
a.groep 1: Geen eisen.

b.groep 2: Brillenglazen zijn toegestaan tot een sterkte van plus of min 8 dioptrieën. Contactlenzen zijn tot elke sterkte toegestaan, mits zij goed worden verdragen.

3.2.4. Kleurenzien
Geen eisen.

3.2.5. Diplopie
a.groep 1: Personen met storende diplopie zijn ongeschikt voor rijbewijzen van groep 1. Bij het afdekken van een oog geldt paragraaf 3.4.

b.groep 2: Personen met diplopie zijn ongeschikt voor rijbewijzen van groep 2.

3.3. Gezichtsvelden
a.groep 1: Het horizontale gezichtsveld moet minimaal 120 graden zijn en het bereik dient zich links en rechts minstens 50 graden uit te strekken. Het verticale gezichtsveld dient minstens 20 graden naar boven en beneden te zijn. Binnen een straal van 20 graden vanuit het centrum mogen zich geen gezichtsvelddefecten bevinden.

In uitzonderlijke omstandigheden kunnen personen die niet voldoen aan de normen voor het gezichtsveld, zoals bij scotomen, kwadrantanopsie of homonyme hemianopsie, geschikt worden verklaard voor rijbewijzen van groep 1. Voorwaarden zijn de afwezigheid van andere visuele functiestoornissen, een positief advies van een oogarts en een positieve rijtest (zie paragraaf 3.5).

Deze uitzondering geldt niet voor personen met een gezichtsveld van minder dan 90 graden horizontaal.

b.groep 2: Het binoculaire horizontale gezichtsveld moet minimaal 160 graden zijn en het bereik dient zich links en rechts minstens 70 graden uit te strekken. Het verticale gezichtsveld dient minstens 30 graden naar boven en naar beneden te zijn. Binnen een straal van 30 graden vanuit het centrum mogen zich geen gezichtsvelddefecten bevinden.

[LET OP; er zijn verschillende gezichtsveldonderzoeken: Goldmann en Esterman!]

3.4. Verlies van het gezichtsvermogen van één oog
a.groep 1: Ongeschiktheid bestaat bij het plotseling verlies van het gezichtsvermogen van één oog, dus ook bij storende diplopie waarbij afdekken van één oog noodzakelijk is. Deze personen kunnen na een aanpassingsperiode van minimaal drie maanden en op basis van een positief advies van een oogarts weer geschikt worden verklaard voor rijbewijzen van groep 1.

b.groep 2: In uitzonderingsgevallen kan een beroepschauffeur, die al in het bezit is van één of meer rijbewijzen van groep 2, na een aanpassingsperiode van minimaal drie maanden en op basis van een positief advies van een oogarts, weer geschikt worden verklaard voor een geografisch beperkt rijbewijs van de categorieën C/CE of D/DE, dat zich maximaal kan uitstrekken tot het grondgebied van Nederland.

Voorwaarden zijn een positief oogartsrapport, een verklaring van de werkgever volgens door het CBR opgesteld model en een positieve rijtest (zie paragraaf 3.5).

3.5. Rijtest
Indien het CBR voor een juiste oordeelsvorming over de geschiktheid een rijtest nodig acht, schakelt het een deskundige in op het gebied van de praktische geschiktheid (van de desbetreffende afdeling van het CBR) voor het afnemen ervan. Het CBR heeft voor de rijtest een uitvoerig protocol.

3.6. Nader oogheelkundig onderzoek
Personen bij wie de keurend arts geen belangrijke oogheelkundige afwijkingen heeft gevonden kunnen op basis van de gegevens van de keurend arts geschikt worden bevonden. Indien er wel belangrijke afwijkingen zijn, is aanvullend onderzoek door een oogarts noodzakelijk in verband met een eventuele beperking van de geschiktheidstermijn.

3.7. Progressieve oogaandoeningen
Beperking van de geschiktheidstermijn is aangewezen bij progressieve oogaandoeningen, zoals cataract, glaucoom met gezichtsveldbeperking, degeneratieve en vasculaire netvliesaandoeningen, progressief lijden van de nervus opticus. Voor de beoordeling is een rapport van een oogarts vereist.

3.8. Donkeradaptatie
De donkeradaptatie dient min of meer ongestoord te zijn. Bij twijfel aan dit vermogen zal nader onderzoek met een adaptometer moeten plaatsvinden: de maximaal toegestane afwijking bedraagt één logeenheid.

Personen met een afwijking in de donkeradaptatie van meer dan één logeenheid kunnen geschikt worden verklaard voor groep 1, waarbij de rijbevoegdheid wordt beperkt tot rijden bij daglicht (vanaf één uur na zonsopgang tot één uur voor zonsondergang).

De beoordeling kan voorts ondersteund worden door een rijtest (zie paragraaf 3.5).

3.9. Contrastgevoeligheid
a.groep 1: Geen eisen

b.groep 2: Personen met een verminderde contrastgevoeligheid zijn ongeschikt voor rijbewijzen van groep 2.

3.10. Intra-oculaire lenzen
Intra-oculaire lenzen zijn toegestaan als er zich geen problemen voordoen zoals het bestaan van dubbelbeelden, storende mediatroebelingen of hinderlijke strooilichteffecten.

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden