Algemene verweren Archives - CBR-Advocaat https://cbr-advocaat.nl/verweren/ Thu, 02 Jul 2026 05:40:22 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.5 https://cbr-advocaat.nl/wp-content/uploads/2025/07/cropped-httpscbr-advocaat.nl_-32x32.png Algemene verweren Archives - CBR-Advocaat https://cbr-advocaat.nl/verweren/ 32 32 Redelijke termijn bestuursrecht CBR https://cbr-advocaat.nl/redelijke-termijn-bestuursrecht-cbr/ Thu, 02 Jul 2026 05:40:04 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2211 Procedures tegen het CBR duren over het algemeen niet zo heel lang. Het CBR reageert meestal wel snel op bezwaarschriften. De beslistermijnen worden vaak goed gevolgd. Beslistermijn bezwaar Het CBR moet binnen 12 weken na de datum van hun besluit een beslissing op het bezwaarschrift indienen. Deze termijn mag eenmalig met 6 weken worden verlengd […]

The post Redelijke termijn bestuursrecht CBR appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Procedures tegen het CBR duren over het algemeen niet zo heel lang. Het CBR reageert meestal wel snel op bezwaarschriften. De beslistermijnen worden vaak goed gevolgd.

Beslistermijn bezwaar

Het CBR moet binnen 12 weken na de datum van hun besluit een beslissing op het bezwaarschrift indienen. Deze termijn mag eenmalig met 6 weken worden verlengd als het CBR meer tijd nodig heeft om een beslissing te nemen. Indien het CBR te laat is met het nemen van een beslissing dient eerst een ingebrekestelling te volgen, waarbij 14 dagen wordt geboden om alsnog te beslissen. Als ook die termijn voorbij is, is het CBR verplicht om een schadevergoeding te betalen.

Beslistermijn beroep en hoger beroep

De redelijke termijn die als uitgangspunt geldt voor de afdoening van bestuursrechtelijke geschillen die bestaan uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties, is uniform bepaald op vier jaar. Hierbij staat zowel voor de bezwaar- en beroepsfase tezamen als die voor het hoger beroep een termijn van twee jaar. Wordt deze overschreden, dan moet de overheid € 500 aan immateriële schadevergoeding betalen voor ieder half jaar overschrijding. Voor de bezwaarfase bij het bestuursorgaan wordt daarbij uitgegaan van een termijn van een half jaar, voor de procedure bij de rechtbank van anderhalf jaar.
Dit is het gevolg van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188.

 

The post Redelijke termijn bestuursrecht CBR appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Wanneer besluit CBR idzv artikel 1:3 Awb https://cbr-advocaat.nl/wanneer-besluit-cbr-idzv-artikel-13-awb/ Thu, 11 Jun 2026 20:25:45 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2207 Soms stuurt het CBR brieven en dan is het juridisch de vraag of die brief als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb valt aan te merken. Alleen tegen zo’n besluit bestaat namelijk de mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen. Op grond van artikel 1:3 lid 1 Alegemene wet bestuursrecht wordt onder een […]

The post Wanneer besluit CBR idzv artikel 1:3 Awb appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Soms stuurt het CBR brieven en dan is het juridisch de vraag of die brief als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb valt aan te merken. Alleen tegen zo’n besluit bestaat namelijk de mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen. Op grond van artikel 1:3 lid 1 Alegemene wet bestuursrecht wordt onder een besluit verstaan: “Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Er zijn verschillende mogelijkheden.

  • Brief CBR dat betrokkene zich moet laten onderzoeken in het kader van de gezondheidsverklaringsprocedure

Ten eerste is sprake van een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan. Het CBR is belast met de uitvoering van publiekrechtelijke taken op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement rijbewijzen en heeft belanghebbende schriftelijk medegedeeld dat hij zich dient te onderwerpen aan een nader onderzoek door een keuringsarts.
Ten tweede is sprake van een publiekrechtelijke rechtshandeling. De bevoegdheid om een betrokkene te verplichten zicht te laten onderzoeken door een door het CBR aangewezen arts vindt haar grondslag in artikel 101 Reglement rijbewijzen. Het betreft derhalve een publiekrechtelijke bevoegdheid.
Voorts is de beslissing rechtsgevolggericht. Door de verwijzing ontstaat voor belanghebbende de verplichting om op eigen kosten een medische keuring te ondergaan. Indien belanghebbende geen gehoor geeft aan deze vordering kan het CBR niet tot een positieve beoordeling van de aanvraag komen. De beslissing brengt derhalve een onmiddellijke wijziging teweeg in de rechtspositie van de betrokkene. Daarnaast wordt belanghebbende geconfronteerd met financiële lasten en wordt hij verplicht medische gegevens te laten verzamelen en verstrekken. De beslissing heeft daarmee zelfstandige rechtsgevolgen die verder gaan dan enkel een interne of feitelijke voorbereidingshandeling. De verwijzing bepaalt immers in belangrijke mate de verdere procedure en legt belanghebbende een concrete verplichting op die rechtstreeks voortvloeit uit de publiekrechtelijke bevoegdheid van artikel 101 Reglement rijbewijzen. Voor zover zou worden geoordeeld dat de verwijzing onderdeel vormt van de voorbereiding van het uiteindelijke besluit omtrent de verklaring van geschiktheid, geldt dat deze beslissing betrokkene zelfstandig en rechtstreeks in zijn belangen treft. Tegen een dergelijke beslissing dient daarom rechtsbescherming open te staan. Het bezwaar dient derhalve ontvankelijk te worden verklaard.

  • Brief dat rijbewijs betrokkene ongeldig blijft

De rechtbank ziet zich in  ECLI:NL:RBOVE:2024:361 vooreerst gesteld voor de vraag hoe het gehandhaafde primaire besluit juridisch moet worden geduid. Doordat de ongeldigheid van eisers rijbewijs gehandhaafd blijft, is strikt genomen geen sprake van enig publiekrechtelijk rechtsgevolg. Nu eiser, gelet op het bepaalde in artikel 134, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994), voordat hij in aanmerking kan komen voor een rijbewijs, eerst dient aan te tonen dat hij over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid beschikt die vereist is om motorrijtuigen te kunnen besturen, dient de vaststelling van de uitslag van een dergelijk onderzoek naar zijn geschiktheid naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen de rechtsmiddelen op grond van de Awb open staan. Zolang de vastgestelde uitslag van het onderzoek inhoudt dat eiser niet geschikt is om motorrijtuigen te besturen, kan hij niet in aanmerking komen voor een rijbewijs.

Een ander antwoord op de vraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet, zou er toe hebben geleid dat eiser geen (laagdrempelige) mogelijkheid zou hebben om een rechtsmiddel aan te wenden tegen de vaststelling van de uitslag van een dergelijk onderzoek. Die consequentie acht de rechtbank gelet op de grote gevolgen die de vaststelling van deze uitslag heeft voor eiser niet aanvaardbaar.

The post Wanneer besluit CBR idzv artikel 1:3 Awb appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Onvoldoende gemotiveerd waarom rijvaardigheidsonderzoek niet was geslaagd https://cbr-advocaat.nl/onvoldoende-gemotiveerd-waarom-rijvaardigheidsonderzoek-niet-was-geslaagd/ Wed, 11 Feb 2026 17:32:34 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2180 Een rijvaardigheidsonderzoek wordt afgenomen door een rijvaardigheidsadviseur. Die moet aan de hand van een standaardformulier aangeven of de betrokkene voldoet aan de eisen van rijvaardigheid. Als het rijvaardigheidsonderzoek als onvoldoende wordt beoordeeld, dient het CBR goed te motiveren waarom iemand het rijvaardigheidsonderzoek dan niet heeft gehaald. In de zaak die uiteindelijk speelde bij de Afdeling […]

The post Onvoldoende gemotiveerd waarom rijvaardigheidsonderzoek niet was geslaagd appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Een rijvaardigheidsonderzoek wordt afgenomen door een rijvaardigheidsadviseur. Die moet aan de hand van een standaardformulier aangeven of de betrokkene voldoet aan de eisen van rijvaardigheid. Als het rijvaardigheidsonderzoek als onvoldoende wordt beoordeeld, dient het CBR goed te motiveren waarom iemand het rijvaardigheidsonderzoek dan niet heeft gehaald. In de zaak die uiteindelijk speelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:759) was dat duidelijk niet goed gegaan;

De afdeling overwoog dat het CBR niet had voldaan het vereiste van een zorgvuldige voorbereiding en de vergewisplicht:

4.1.    Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat [appellant] over het advies heeft aangevoerd.

4.2.    In het verslag van de rijvaardigheidsadviseur zijn de scores van [appellant] van de verschillende onderdelen van het rijvaardigheidsonderzoek opgenomen. Daaruit volgt dat hij voor vijftien onderdelen onvoldoende punten heeft behaald. De rijvaardigheidsadviseur heeft zijn verslag in een ander formulier toegelicht. Deze toelichting is niet bij het primaire besluit, noch in bezwaar aan [appellant] overgelegd. In het besluit op bezwaar is het CBR ook niet ingegaan op deze toelichting. Het CBR heeft de toelichting van de rijvaardigheidsadviseur alsnog overgelegd in beroep.

4.3.    De Afdeling is daarom van oordeel dat het besluit op bezwaar onzorgvuldig is voorbereid en in strijd met de vergewisplicht is genomen. Het CBR moest de toelichting overleggen aan [appellant] zodat hij zich adequaat kon verdedigen in bezwaar. Daarbij had het CBR, als onderdeel van zijn vergewisplicht, in zijn motivering van het besluit op bezwaar moeten ingaan op de toelichting. Het CBR heeft, zonder in te gaan op de toelichting, niet inzichtelijk gemotiveerd waarom het is afgegaan op het verslag. De rechtbank heeft dat niet onderkend.

The post Onvoldoende gemotiveerd waarom rijvaardigheidsonderzoek niet was geslaagd appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Proceskostenvergoeding voorlopige voorziening na tussentijds gegrondverklaring bezwaar https://cbr-advocaat.nl/proceskostenvergoeding-voorlopige-voorziening-na-tussentijds-gegrondverklaring-bezwaar/ https://cbr-advocaat.nl/proceskostenvergoeding-voorlopige-voorziening-na-tussentijds-gegrondverklaring-bezwaar/#respond Tue, 11 Feb 2025 08:25:05 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2155 Als u een voorlopige voorziening hebt ingediend en het CBR naar aanleiding van het bezwaarschrift al meteen het bezwaar gegrond verklaard, hebt u ook recht op een proceskostenvergoeding. De rechtbank Rotterdam heeft dit nog eens bevestigd in de uitspraak, 3 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2690: De rechtbank overweegt: “Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken […]

The post Proceskostenvergoeding voorlopige voorziening na tussentijds gegrondverklaring bezwaar appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Als u een voorlopige voorziening hebt ingediend en het CBR naar aanleiding van het bezwaarschrift al meteen het bezwaar gegrond verklaard, hebt u ook recht op een proceskostenvergoeding. De rechtbank Rotterdam heeft dit nog eens bevestigd in de uitspraak, 3 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2690:
De rechtbank overweegt:

“Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.”

Het criterium is dat het CBR met het nieuwe besluit aan het verzoek is tegemoetgekomen. Dat was het geval.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het CBR in de proceskosten te veroordelen toe.

De rechtbank kan zonder zitting uitspraak doen op het verzoek. Dat volgt uit artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

The post Proceskostenvergoeding voorlopige voorziening na tussentijds gegrondverklaring bezwaar appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/proceskostenvergoeding-voorlopige-voorziening-na-tussentijds-gegrondverklaring-bezwaar/feed/ 0
Termijn opleggen onderzoek of cursus is 6 maanden na aanhouding https://cbr-advocaat.nl/termijn-opleggen-onderzoek-of-cursus-is-6-maanden-na-aanhouding/ https://cbr-advocaat.nl/termijn-opleggen-onderzoek-of-cursus-is-6-maanden-na-aanhouding/#respond Tue, 11 Feb 2025 08:02:48 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2152 In beginsel geldt er een termijn van 6 maanden na datum constateren van het te hoge alcoholgehalte. Als die termijn wordt overschreden, mag het CBR geen maatregel meer opleggen, tenzij er sprake is van ‘in de aard gelegen omstandigheden die dit rechtvaardigen. Dit speelde o,a, in de zaak van de Rechtbank Limburg, 24 juni 2024,ECLI:NL:RBLIM:2024:8041: […]

The post Termijn opleggen onderzoek of cursus is 6 maanden na aanhouding appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
In beginsel geldt er een termijn van 6 maanden na datum constateren van het te hoge alcoholgehalte. Als die termijn wordt overschreden, mag het CBR geen maatregel meer opleggen, tenzij er sprake is van ‘in de aard gelegen omstandigheden die dit rechtvaardigen.


Dit speelde o,a, in de zaak van de Rechtbank Limburg, 24 juni 2024,ECLI:NL:RBLIM:2024:8041:

Relevante feiten: Eiser is op 29 april 2022 aangehouden in Oostenrijk. De mededeling van de directeur van het CBR dateert van 17 november 2022. Op 23 november is besloten dat eiser verplicht is een EMA te volgen. Met het bestreden besluit van 6 maart 2023 op het bezwaar van de eiser is het CBR bij dat besluit gebleven. Het beroep wordt gegrond verklaard.

De rechtbank zette het volgende juridisch kader uiteen:

    • Het CBR moet een EMA opleggen als er bij een bestuurder een ademalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger of gelijk is dan 435 ug/l, maar lager is dan 785 ug/l.
    • Er mag niet meer dan 6 maanden zitten tussen de constatering van het te hoge ademalcoholgehalte en de mededeling dat het CBR daarover doet.
    • Op het moment dat er sprake is van overschrijding van de termijn van 6 maanden, mag er in beginsel geen EMA meer opgelegd worden, tenzij er sprake is van ‘in de aard van de zaak gelegen omstandigheden’ die dit rechtvaardigen.

Het beroep werd gegrond verklaard, omdat in dit geval de termijn van 6 maanden waarin de constatering van het te hoge ademalcoholgehalte en de mededeling dat het CBR daarover doet, is overschreden. Het gaat hier namelijk om een termijn van 6 maanden en bijna 3 weken. De betrokkene is op 29 april 2022 aangehouden in Oostenrijk en de mededeling van het CBR is op 17 november 2022 gedaan. Er is verder ook geen omstandigheid die de overschrijding rechtvaardigt. De directeur had na ontvangst van de informatie vanuit Oostenrijk namelijk nog ruim voldoende tijd om de mededeling te doen. Dat het gaat om een melding uit Oostenrijk, en dat het CBR die niet elke dag ontvangt, is op zichzelf geen omstandigheid die termijnoverschrijding rechtvaardigt. Dat het CBR haar interne organisatie onvoldoende heeft ingericht op dergelijke meldingen of dat er intern iets is misgegaan, is geen in de aard van de zaak gelegen omstandigheid die een afwijking van de termijn van 6 maanden rechtvaardigt.

 

The post Termijn opleggen onderzoek of cursus is 6 maanden na aanhouding appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/termijn-opleggen-onderzoek-of-cursus-is-6-maanden-na-aanhouding/feed/ 0
Ondanks sepot toch maatregel CBR https://cbr-advocaat.nl/ondanks-sepot-toch-maatregel-cbr/ https://cbr-advocaat.nl/ondanks-sepot-toch-maatregel-cbr/#respond Wed, 15 Jan 2025 10:30:15 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2146 Hoe kan het dat het CBR toch een maatregel (cursus of onderzoek) kan opleggen terwijl een strafzaak is geseponeerd. Dat heeft te maken met het feit dat er in de strafzaak een ander beoordelingskader wordt gehanteerd dan in de CBR-procedure. Er moet dan ook op een andere manier verweer gevoerd worden. De hoogste bestuursrechter heeft […]

The post Ondanks sepot toch maatregel CBR appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Hoe kan het dat het CBR toch een maatregel (cursus of onderzoek) kan opleggen terwijl een strafzaak is geseponeerd. Dat heeft te maken met het feit dat er in de strafzaak een ander beoordelingskader wordt gehanteerd dan in de CBR-procedure. Er moet dan ook op een andere manier verweer gevoerd worden.

De hoogste bestuursrechter heeft overwogen dat het CBR een EMA mag opleggen als op basis van de geconstateerde feiten met voldoende mate van zekerheid komt vast te staan dat eiser onder invloed van alcohol als bestuurder van een motorrijtuig is opgetreden (ABRvS, 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2352).
Het CBR mag in beginsel uitgaan van de juistheid van een op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal (vlg. ABRvS, 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:961) Dat geldt ook voor de rechter, tenzij eiser bewijs levert van het tegendeel.

De omstandigheid dat de officier van justitie de op dezelfde feiten gebaseerde strafrechtelijke zaak tegen eiser heeft geseponeerd bij gebrek aan bewijs kan niet bepalend zijn voor de onderhavige procedure.8 Het besluit van het CBR van 11 oktober 2023 heeft betrekking op een bestuurlijke maatregel ter bevordering van de verkeersveiligheid, die los staat van de strafrechtelijke procedure. Zoals de hoogste bestuursrechter eerder heeft overwogen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 oktober 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1715), behoeft de verweten gedraging in de CBR-procedure, anders dan in het strafrecht, niet wettig en overtuigend te worden bewezen. Voor het opleggen van een onderzoek naar de geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, is voor het CBR voldoende dat op basis van de geconstateerd feiten met voldoende mate van zekerheid komt vast te staan dat de belanghebbende onder invloed van alcohol als bestuurder van een motorvoertuig is opgetreden.

Het is vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter dat een vrijspraak een rechter en een sepot door de officier van justitie in beginsel het gegronde vermoeden van ongeschiktheid in beginsel in stand laat. Dat kan anders zijn als het vonnis of het sepot de inhoud van het proces-verbaal dat ten grondslag ligt aan de maatregel onderuit haalt of op een andere manier een ander licht werpt op de feiten en omstandigheden waarop de maatregel is gebaseerd.

Zo zien we de volgende voorbeelden:

– Sepot bij weigering. Officier had de zaak geseponeerd omdat de verdachte weliswaar vervelend was geweest, maar dit onvoldoende was om tot een weigering te komen. De Afdeling dacht hier anders over (ECLI:NL:RVS:2024:4148).:
“Gelet op de inhoud van het proces-verbaal, de redenen om [appellant] aan te houden op verdenking van rijden onder invloed en het feit dat van [appellant] tot vijfmaal toe medewerking is gevorderd en hij die medewerking vervolgens in de ruimte waarin de bloedafname zou plaatsvinden heeft geweigerd door geen gevolg te geven aan het verzoek om te gaan zitten en zijn arm op de leuning te leggen, is, mede in het licht van de overige in het proces-verbaal genoemde omstandigheden, voldoende aannemelijk dat [appellant] zijn medewerking heeft geweigerd. Het CBR heeft de weigering van het bloedonderzoek ten grondslag mogen leggen aan de besluitvorming (ECLI:NL:RVS:2024:5387).
– Sepot na een verkeersovertreding. De belanghebbende betoogde dat zijn rijgedrag het gevolg wasvan de gedragingen van de politie. Hij schrok namelijk van het plotseling opdoemen van een politievoertuig met zwaailicht en sirene. Hij wilde dat voertuig zo spoedig mogelijk vrije doorgang verlenen. De stelling dat hij een stopteken heeft genegeerd, is onjuist, omdat hij slechts op zoek was naar een veilige plaats om te stoppen en hij dat niet midden op de weg kon doen. Verder heeft zijn rijgedrag, dat is veroorzaakt door gedragingen van de politie, niet tot ernstige verkeersovertredingen geleid. De strafzaak werd geseponeerd, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State trok zich niets van dit sepot aan
– In auto zitten met draaiende motor maar niet gereden. Strafzaak werd geseponeerd, maar de rechtbank Den Haag zag voldoende in het proces-verbaal om belanghebbende als bestuurder aan te merken. “De rechtbank wijst op de omstandigheden waarin eiser door de politie in zijn auto is aangetroffen (in zijn woonplaats op een parkeerplaats, met draaiende motor, brandende dimlichten, met zijn gordel om, de sterke alcoholwalm uit de auto, het braaksel op en naast het voertuig, zijn bloeddoorlopen ogen en de manier waarop hij communiceerde). De verklaringen van eiser over waarom hij een gordel om had en waarom de motor en ventilatie aanstonden, heeft verweerder als onvoldoende mogen aanmerken. Ook gezien wat eiser tijdens zijn verhoor door de politie heeft verklaard, mocht verweerder het daarom aannemelijk achten dat eiser voornemens was om met de auto te rijden en dus als bestuurder kan worden aangemerkt.” (ECLI:NL:RBDHA:2024:9990).

De conclusie is dus dat een sepot op zich hoopvol kan zijn om het besluit van het CBR aan te vechten, maar het gaat er uiteindelijk om dat we het proces-verbaal van de verbalisant er zelf onderuithalen. We moeten dus meer kijken naar de grond waarom de uitslag in die zaak niet kan meetellen en niet alleen focussen op het sepot zelf.

Bij een vrijspraak kan dit net even wat gunstiger wegen als de rechter ook motiveert waarom tot een vrijspraak is gekomen, zoals we zien in de volgende zaak (ECLI:NL:RVS:2024:722):
“Volgens vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:961) mag een bestuursorgaan, in dit geval het CBR, in beginsel uitgaan van de juistheid van een op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Indien uit het proces-verbaal een vermoeden van ongeschiktheid tot het besturen van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wvw kan worden afgeleid, vormt dit voldoende grondslag om een bestuursrechtelijke maatregel op te leggen. De bestuursrechter is in beginsel niet gebonden aan het oordeel van de strafrechter. Dat kan anders zijn indien het strafrechtelijke vonnis de inhoud van de processen-verbaal die ten grondslag zijn gelegd aan de oplegging van het onderzoek naar de rijgeschiktheid onderuit haalt of anderszins een ander licht werpt op de feiten of omstandigheden waarop ook de bestuursrechtelijke maatregel is gebaseerd.
Het vonnis van de politierechter dateert van na de uitspraak van de rechtbank. De feiten die in de strafprocedure zijn beoordeeld en de feiten die het CBR ten grondslag heeft gelegd aan het besluit van 25 januari 2022, dat bij besluit van 31 mei 2022 is gehandhaafd, hebben betrekking op hetzelfde feitencomplex, zodat de Afdeling de uitspraak van de politierechter bij de beoordeling van het hoger beroep zal betrekken.
5.2. Uit de zittingsaantekeningen die [appellant] heeft overgelegd blijkt met welke motivering de politierechter [appellant] heeft vrijgesproken van het weigeren van een bloedonderzoek, terwijl tegen hem een verdenking was gerezen van rijden onder invloed (artikel 163, zesde lid, van de Wvw). De politierechter heeft aan de vrijspraak ten grondslag gelegd dat de kenmerken die in het proces-verbaal van 12 januari 2022 zijn benoemd, te weten het rijgedrag van [appellant], antecedenten die betrekking hebben op drugshandel en het geïrriteerde gedrag van [appellant] bij de staandehouding, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien onvoldoende zijn om daar een redelijk vermoeden van schuld aan rijden onder invloed op te kunnen baseren. Met deze vrijspraak van de politierechter is de grondslag van het vermoeden als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder f, van de Regeling aan het besluit tot oplegging van een onderzoek naar het drugsgebruik van [appellant] komen te ontvallen. Dat de strafrechter een andere bewijsmaatstaf hanteert dan de bestuursrechter, leidt, anders dan het CBR ter zitting heeft betoogd, niet tot een ander oordeel. In dit geval heeft de politierechter namelijk geoordeeld dat de bewijsmiddelen waarop ook het CBR het vermoeden van rijden onder invloed heeft gebaseerd, dat vermoeden niet kunnen dragen. Er is geen grond daarover in deze procedure anders te oordelen.
Het betoog slaagt.
Conclusie
6. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [appellant] tegen het besluit van 31 mei 2022 ingestelde beroep gegrond verklaren en dat besluit vernietigen vanwege strijd met artikel 131, eerste lid, van de Wvw, gelezen in verbinding met artikel 23, eerste lid, onder f, van de Regeling. De Afdeling ziet aanleiding het geschil definitief te beslechten door met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien. Daartoe zal zij het besluit van 25 januari 2022 herroepen en bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.”

Conclusie sepot

De conclusie is dus eigenlijk dat u in de CBR-procedure goed moet uitleggen wat er in de procedure bij de politie fout is gegaan en waarom er dan onvoldoende reden is om uit te gaan van de juistheid van het proces-verbaal van de politie. Dat verweer heeft de meeste kans van slagen.

The post Ondanks sepot toch maatregel CBR appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/ondanks-sepot-toch-maatregel-cbr/feed/ 0
Onterecht maatregel CBR na op bevel politie verplaatsen auto https://cbr-advocaat.nl/onterecht-maatregel-cbr-na-op-bevel-politie-verplaatsen-auto/ https://cbr-advocaat.nl/onterecht-maatregel-cbr-na-op-bevel-politie-verplaatsen-auto/#respond Mon, 13 Jan 2025 09:00:30 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2144 Een verweer dat de betrokkene op bevel van de politie de auto heeft verplaatst en daardoor heeft gereden terwijl hij dat eigenlijk niet wilde, heeft strafrechtelijk tot gevolg dat de verdachte niet strafbaar is. Het betreft een strafuitsluitingsgrond (bevoegd gegeven ambtelijk bevel). Ook in bestuursrechtelijke procedure van het CBR kan dit verweer doorwerken, zo zien […]

The post Onterecht maatregel CBR na op bevel politie verplaatsen auto appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Een verweer dat de betrokkene op bevel van de politie de auto heeft verplaatst en daardoor heeft gereden terwijl hij dat eigenlijk niet wilde, heeft strafrechtelijk tot gevolg dat de verdachte niet strafbaar is. Het betreft een strafuitsluitingsgrond (bevoegd gegeven ambtelijk bevel). Ook in bestuursrechtelijke procedure van het CBR kan dit verweer doorwerken, zo zien we in de uitspraak van de rechtbank Overijssel, 8 januari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:42.

De bestuursrechter oordeelde:

Het bestreden besluit is gebaseerd op de artikelen 130 tot en met 134a van de Wegenverkeerswet en op een aantal bepalingen uit de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid.

Aan het besluit ligt ten grondslag dat het vermoeden bestaat dat eiser als houder van een rijbewijs niet langer geschikt over de rijvaardigheid of geschiktheid die vereist is voor het besturen van motorrijtuigen.

2.4.In deze zaak gaat het om de vraag of het CBR terecht op basis van de geschetste feiten heeft geconcludeerd dat genoemd vermoeden bestaat.

Hierbij is van belang dat de politierechter in een mondeling vonnis van 4 november 2024 ten aanzien van dit feitencomplex naar aanleiding van een vordering van de officier van justitie op grond van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet heeft geoordeeld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen, maar dat een rechtvaardigingsgrond van toepassing is.

De politierechter heeft eiser daarom ontslagen van alle rechtsvervolging. De politierechter heeft overwogen:

“De verdediging heeft een beroep gedaan op een rechtvaardigingsgrond, te weten artikel 43

van het wetboek van Strafvordering, een bevoegd gegeven ambtelijk bevel. De

politierechter overweegt dat niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een

ambtelijk bevel gegeven door het daartoe bevoegde gezag.

Vaststaat dat de verdachte in de auto heeft gereden. Ook staat vast dat alcohol in het bloed

van verdachte is gevonden. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat de verdachte na

het horen van het bevel via de speakers van de politie dat hij door moest rijden, het voertuig

heeft bestuurd. Er was gelet op deze mededeling van de politie geen andere optie voor de verdachte, het moest, Wellicht had de verdachte kunnen uitstappen en zeggen dat hij had

gedronken. Maar, als de politie iets zegt, dan moet dat gebeuren. Het handelen van de

verdachte, gesteund door de verklaring van de neef en het proces-verbaal van de politie,

resulteert erin dat sprake was van uitvoering geven aan een bevoegd gegeven ambtelijk

bevel, Er is sprake van een rechtvaardigingsgrond ex. artikel 43 Sv, en dan is de verdachte

niet strafbaar. Ontslag van alle rechtsvervolging volgt.”

2.5.Ook in deze bestuursrechtelijke procedure staan de geschetste feiten vast. Eiser kan niet worden verweten dat hij op bevel van de politie enkele meters in de auto achteruit is gereden. Ten aanzien van dit feitencomplex en het noodzakelijke vermoeden is er geen grond om in het kader van de toepassing van artikel 130 en 131 Wegenverkeerswet anders te oordelen.

2.6.Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan niet de conclusie worden getrokken dat eiser als bestuurder met een te hoog alcohol promillage aan het verkeer heeft deelgenomen. Daarom kan daaraan niet het vermoeden worden ontleend dat eiser niet langer beschikt over de rijvaardigheid om een motorrijtuig te besturen.

Dat betekent dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering.

2.7.Het CBR heeft ten onrechte aan eiser een onderzoek naar zijn alcoholgebruik opgelegd. Om die reden is het beroep gegrond en vernietigt de voorzieningenrechter het bestreden besluit.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. Hij zal daartoe het primaire besluit van 7 juni 2024, waarbij het onderzoek aan eiser is opgelegd, herroepen.”

 

The post Onterecht maatregel CBR na op bevel politie verplaatsen auto appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/onterecht-maatregel-cbr-na-op-bevel-politie-verplaatsen-auto/feed/ 0
Mag mutatierapport worden gebruikt door CBR om maatregel op te leggen https://cbr-advocaat.nl/mag-mutatierapport-worden-gebruikt-door-cbr-om-maatregel-op-te-leggen/ https://cbr-advocaat.nl/mag-mutatierapport-worden-gebruikt-door-cbr-om-maatregel-op-te-leggen/#respond Sun, 05 Jan 2025 14:05:01 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2139 Een vermoeden van ongeschiktheid hoeft niet te zijn gebaseerd op een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal, maar ook kan worden gebaseerd op bijvoorbeeld een mutatierapport indien dit een voldoende nauwkeurige en uitgebreide omschrijving bevat van de waargenomen gedragingen die aan het vermoeden ten grondslag is gelegd (vg Rb Den Haag, 9 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8253. Dit volgt ook […]

The post Mag mutatierapport worden gebruikt door CBR om maatregel op te leggen appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Een vermoeden van ongeschiktheid hoeft niet te zijn gebaseerd op een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal, maar ook kan worden gebaseerd op bijvoorbeeld een mutatierapport indien dit een voldoende nauwkeurige en uitgebreide omschrijving bevat van de waargenomen gedragingen die aan het vermoeden ten grondslag is gelegd (vg Rb Den Haag, 9 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8253.

Dit volgt ook uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:118:
“De rechtbank heeft terecht, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2306, overwogen dat naast een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal een mutatierapport een aanvaarde vorm is waarin door politieambtenaren waargenomen feiten en omstandigheden worden vastgelegd. Dat deze vorm met minder waarborgen is omgeven, brengt mee dat in procedures waarin een beroep wordt gedaan op de in een mutatierapport vermelde feiten, daaraan minder bewijskracht toekomt dan aan een proces-verbaal, zoals [appellant] op zichzelf terecht naar voren heeft gebracht. Dit betekent echter niet dat in een mutatierapport weergegeven jegens politieambtenaren afgelegde feitelijke verklaringen reeds terzijde moeten worden geschoven op basis van de enkele ontkenning van betrokkene op enig moment nadat hij die verklaring heeft afgelegd. Hierbij is van betekenis dat de mutaties zijn opgesteld door opgeleide politieambtenaren, die geen belang hebben bij hetgeen zij in de mutatierapporten vermelden als door hen waargenomen.”

The post Mag mutatierapport worden gebruikt door CBR om maatregel op te leggen appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/mag-mutatierapport-worden-gebruikt-door-cbr-om-maatregel-op-te-leggen/feed/ 0
Rijbewijs terug na poging zelfdoding https://cbr-advocaat.nl/rijbewijs-terug-na-poging-zelfdoding/ https://cbr-advocaat.nl/rijbewijs-terug-na-poging-zelfdoding/#respond Thu, 05 Dec 2024 18:52:36 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2131 Ook na een vermoeden van een poging zelfdoding bestaat de mogelijkheid om het rijbewijs voorlopig terug te krijgen. Het zijn geen eenvoudige procedures en u moet de rechter ook wel mee hebben, maar het is mogelijk, zo blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, 26 januari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:523. In deze zaak bepaalde de rechter […]

The post Rijbewijs terug na poging zelfdoding appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Ook na een vermoeden van een poging zelfdoding bestaat de mogelijkheid om het rijbewijs voorlopig terug te krijgen. Het zijn geen eenvoudige procedures en u moet de rechter ook wel mee hebben, maar het is mogelijk, zo blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, 26 januari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:523. In deze zaak bepaalde de rechter dat de verzoeker zijn rijbewijs voorlopig toch terug kon krijgen, hangende het onderzoek bij het CBR.  De rechter motiveerde dit als volgt:

“Verzoeker heeft aangevoerd dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd. Verzoeker betwist dat sprake is geweest van poging tot zelfdoding. Op 9 november 2014 reed hij onder invloed van alcohol en geëmotioneerd door een ruzie met een vriend op de snelweg toen een auto hem van rechts wilde inhalen. Hier schrok hij zo van dat hij in een reflex naar links stuurde, waarbij hij tegen de vangrail kwam en waarop hij naar rechts stuurde. Alles gebeurde zo snel dat verzoeker de macht over het stuur verloor waarna hij tot stilstand kwam tegen de (rechter) vangrail.

Verzoeker heeft tegen de desbetreffende verbalisant die ter plaatse kwam gezegd dat hij tegen de vangrail was gereden en dat hij het er helemaal mee gehad had. Hierbij doelde verzoeker op zijn financiële en persoonlijke omstandigheden. Verzoeker stelt dat de verbalisant zijn uitlatingen onjuist heeft geïnterpreteerd in de betreffende processen-verbaal. Hij betwist dat hij gezegd heeft dat hij opzettelijk tegen de vangrail is gereden en dat sprake is geweest van een poging tot zelfdoding. Hij heeft voorts gesteld dat hij in het ziekenhuis, kort na het ongeluk, niet wilde verklaren toen de verbalisant hem wilde horen omdat hij helemaal uit zijn doen was en de agent aangaf dat hij er nog op terug zou komen. Voorts heeft verzoeker aangevoerd dat het proces-verbaal “aanrijding overtreding” onvolledig is, omdat enkel staat vermeld dat er schade is aan de rechtervoorzijde van de auto, terwijl er ook schade was aan de linkerachterzijde. Daar blijkt ook de slingerende beweging die de auto van verzoeker heeft gemaakt uit, aldus verzoeker.

13. De voorzieningenrechter deelt het standpunt van verweerder niet dat er op grond van de feiten en omstandigheden, zoals vermeld in de processen-verbaal, duidelijke aanwijzingen zijn dat verzoeker lijdt aan een aandoening waardoor hij geestelijk en/of lichamelijk niet goed functioneert, dan wel ernstige psychische problemen ondervindt. Uit de gedingstukken is de voorzieningenrechter onvoldoende duidelijk geworden waarom verweerder meent dat hiervan sprake is in het geval van verzoeker. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de betreffende verbalisant in het proces-verbaal “aanrijding overtreding” niet letterlijk de woorden van verzoeker heeft weergegeven maar onder het kopje “vermoedelijke toedracht” weer heeft gegeven wat verzoeker volgens hem kort na het ongeluk ter plaatse heeft verklaard. Deze informatie is zeer summier. In het proces-verbaal “rijden onder invloed” is verwezen naar het proces-verbaal “aanrijding overtreding”. Verzoeker heeft voorts aangegeven dat het ongeluk erg veel impact op hem heeft gehad en hij daardoor uit zijn doen was. Dat was ook de reden waarom hij in het ziekenhuis, nog geen twee uur na het ongeluk, niets wilde verklaren. Bovendien had de verbalisant aangegeven dat hij er op terug zou komen. Voorts is ter zitting komen vast te staan dat het proces-verbaal “aanrijding overtreding” onvolledig is: er staat enkel in vermeld dat er schade is aan de rechtervoorzijde van de auto terwijl er ook schade was aan de linkerachterzijde. Dat past bij het verhaal van verzoeker dat hij geschrokken is van een auto die hem van rechts wilde inhalen en in een reflex naar links heeft gestuurd waarbij hij de vangrail aan die kant heeft geraakt en vervolgens de macht over het stuur is verloren en tot stilstand is gekomen tegen de vangrail aan de rechterkant van de snelweg. De voorzieningenrechter volgt verweerder evenmin in zijn standpunt dat sprake is van “ernstig gestoord inzicht of gedrag”, omdat weliswaar vast staat dat sprake is geweest van rijden onder invloed van alcohol, maar aan het bestreden besluit geen uitslag van het bloedonderzoek ten grondslag is gelegd.”

The post Rijbewijs terug na poging zelfdoding appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/rijbewijs-terug-na-poging-zelfdoding/feed/ 0
Ontkenning bestuurderschap https://cbr-advocaat.nl/ontkenning-bestuurderschap/ https://cbr-advocaat.nl/ontkenning-bestuurderschap/#respond Thu, 10 Oct 2024 06:24:02 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2127 Als er bij een snelheidsovertreding geen staandehouding heeft plaatsgevonden, kan er twijfel ontstaat over het bestuurderschap. Dat kan onder omstandigheden reden zijn dat het CBR onder die omstandigheden geen maatregel mocht opleggen. Uit de uitspraak van de Afdeling van 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3712, volgt dat met voldoende zekerheid moet zijn komen vast te staan dat […]

The post Ontkenning bestuurderschap appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Als er bij een snelheidsovertreding geen staandehouding heeft plaatsgevonden, kan er twijfel ontstaat over het bestuurderschap. Dat kan onder omstandigheden reden zijn dat het CBR onder die omstandigheden geen maatregel mocht opleggen.

Uit de uitspraak van de Afdeling van 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3712, volgt dat met voldoende zekerheid moet zijn komen vast te staan dat de betrokkene als bestuurder is opgetreden. Daarvoor is echter niet noodzakelijk dat de betrokken bestuurder staande wordt gehouden. Ook op andere wijze kan de identiteit van de bestuurder met voldoende zekerheid komen vast te staan. In het geval de vaststelling van het CBR is gebaseerd op de constatering van een verbalisant, opgenomen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal waarin gemotiveerd is beschreven dat de verbalisant de bestuurder positief heeft herkend, mag het CBR daar in beginsel op afgaan. Dat is anders wanneer er aanleiding bestaat voor redelijke twijfel aan de in het proces-verbaal opgenomen waarneming van de verbalisant.

Het ligt dus steeds aan de feiten en omstandigheden van het geval, zoals verwoord in het proces-verbaal.

  • In ECLI:NL:RVS:2019:4402 ging het om een motorrijder die wegreed en een helm droeg. Hij ontkende dat hij gereden had, maar de verbalisanten omschreven dat ze client herkende en hij ook bij het later aantreffen glimlachte toen hij werd aangesproken. Dat vond de Afdeling voldoende.

The post Ontkenning bestuurderschap appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/ontkenning-bestuurderschap/feed/ 0