Meer informatie onderzoek naar de rijgeschiktheid (bij alcohol) Archives - CBR-Advocaat https://cbr-advocaat.nl/cbr-onderzoek-rijgeschiktheid-alcohol/ Mon, 17 Feb 2025 07:16:38 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.6.2 Diagnose alcoholmisbruik mag niet alleen worden gebaseerd op onderrapportage https://cbr-advocaat.nl/diagnose-alcoholmisbruik-mag-niet-alleen-worden-gebaseerd-op-onderrapportage/ https://cbr-advocaat.nl/diagnose-alcoholmisbruik-mag-niet-alleen-worden-gebaseerd-op-onderrapportage/#respond Mon, 17 Feb 2025 07:16:38 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2158 De diagnose alcoholmisbruik mag niet alleen worden gebaseerd op een onderrapportage van het normale alcoholgebruik of het alcoholgebruik op de dag van de aanhouding. In haar uitspraak van 24 april 20192 heeft de Afdeling overwogen dat een psychiater de conclusie dat sprake is van ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ niet uitsluitend kan baseren op de anamnese […]

The post Diagnose alcoholmisbruik mag niet alleen worden gebaseerd op onderrapportage appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
De diagnose alcoholmisbruik mag niet alleen worden gebaseerd op een onderrapportage van het normale alcoholgebruik of het alcoholgebruik op de dag van de aanhouding. In haar uitspraak van 24 april 20192 heeft de Afdeling overwogen dat een psychiater de conclusie dat sprake is van ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ niet uitsluitend kan baseren op de anamnese in combinatie met een sterk verhoogd ademalcoholgehalte omdat de betrouwbaarheid van de anamnestische gegevens in de keuringssituatie laag is en het ademalcoholgehalte steeds een momentopname is. Met andere woorden; het enkele feit dat een betrokkene niet helemaal eerlijk is over zijn alcoholgebruik, kan nog niet direct leiden tot een diagnose alcoholmisbruik.
De Afdeling heeft dit gemotiveerd met het argument dat de bestuurder in kwestie het rijbewijs doorgaans wenst te behouden. Een betrokkene zal zijn alcoholgebruik tegenover de psychiater vaak presenteren op een manier waarvan hij denkt dat dit gunstig is om zijn rijbewijs te behouden, bijvoorbeeld door te verklaren dat hij goed tegen alcohol kan en er weinig van merkt of doorgaans niet veel drinkt. Dit soort verklaringen wordt door een psychiater nogal eens in het nadeel van de betrokkene uitgelegd, bijvoorbeeld door te concluderen dat deze een tolerantie voor alcohol heeft opgebouwd of zijn drankgebruik bagatelliseert. De Afdeling heeft het onwenselijk geacht dat in een dergelijk geval alleen de eigen, niet erg betrouwbare, verklaring van een betrokkene voldoende is voor de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’. Daarom kan de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ alleen worden verkregen met de hulp van meerdere aanwijzingen die die diagnose ondersteunen en die een aanwijzing kunnen vormen voor de aanwezigheid van een alcoholprobleem. Die aanwijzingen kunnen onder meer worden gevonden in de omstandigheden van de aanhouding. Daarbij valt te denken aan contextuele zaken of observaties van de verbalisanten, zoals het (relatief) ontbreken van intoxicatieverschijnselen tijdens de aanhouding, die in het proces-verbaal zijn genoteerd. Daarnaast is het goed of langdurig kunnen functioneren met hoge promillages alcohol een aanwijzing voor alcoholtolerantie en daarmee voor de aanwezigheid van problemen met het gebruik van alcohol. In dat verband kan worden gedacht aan het kunnen besturen van een auto onder invloed van hoge promillages alcohol. De Afdeling heeft in de uitspraak van 13 september 20233 verder verduidelijkt dat anamnestische gegevens die bevestigend zijn voor drugsmisbruik terwijl er geen reden is om aan de nemen dat deze onbetrouwbaar zijn, wel als basis mogen worden gebruikt voor de diagnose alcoholmisbruik.

Dit zagen we ook in de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam, 19 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3116. In die zaak ging het om onderrapportage vanwege het geconstateerde alcoholgehalte van 805 µg/l bij de aanhouding in combinatie met de verklaring van eiser tijdens de anamnese dat hij gemiddeld één dag in de week alcohol drinkt met een gemiddelde alcoholconsumptie van één tot twee glazen per dag. Het betreft hier een bevinding die uitsluitend is gebaseerd op de anamnese in combinatie met het verhoogde alcoholgehalte.

De rechtbank overwoog:

“De bevinding van de psychiater achter het eerste gedachtestreepje – kort gezegd: volharding in het alcoholgebruik in de wetenschap van de mogelijke negatieve consequenties – is gebaseerd op de verklaring van eiser dat hij voor de aanhouding alcohol heeft gedronken terwijl hij wist dat hij nog moest rijden. Ook dit gegeven is gebaseerd op de anamnese. Daarbij komt dat eiser de uit zijn verklaring getrokken conclusie heeft betwist. De psychiater heeft deze bevinding kennelijk gebaseerd op het antwoord van eiser op de vraag “Wist u voor het drinken dat u nog een motorvoertuig zou besturen?”. Deze vraag is blijkens het ingevulde formulier met “ja” beantwoord. Eiser heeft echter aangevoerd dat hij hiermee niet heeft bedoeld te zeggen dat hij van tevoren de keuze had gemaakt te gaan rijden met te veel alcohol op. Volgens eiser zou hij, in het geval van te veel alcohol, een taxi naar huis hebben genomen. De beslissing om toch te gaan rijden had te maken met een telefoontje van de zus van eiser die hem dringend vroeg direct te komen in verband met een ruzie. Gelet op deze gemotiveerde betwisting door eiser, kan niet zonder meer worden uitgegaan van een betrouwbaar anamnestisch gegeven en kan de door de psychiater getrokken conclusie “Betrokkene heeft voor de aanhouding alcohol gedronken in de wetenschap dat er later nog een motorvoertuig bestuurd moest worden” niet zonder meer standhouden. Hetzelfde geldt voor de hiermee kennelijk verband houdende bevinding van de psychiater dat eiser is gaan rijden terwijl hij wist dat dat tot het verlies van zijn rijbewijs zou kunnen leiden en dat eiser zich kennelijk onvoldoende heeft kunnen beheersen ten aanzien van het alcoholgebruik. Nu voorts uit het laboratoriumonderzoek geen alcoholmisbruik in ruime zin valt af te leiden en voor die conclusie ook verder geen aanwijzingen zijn gebleken (zoals aanwijzingen voor tolerantie, zie hiervoor in 6.2), oordeelt de rechtbank dat de rapportage niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen (zie hiervoor in 6.1). Het CBR heeft zijn besluitvorming daarom niet op de rapportage van de psychiater mogen baseren.”

The post Diagnose alcoholmisbruik mag niet alleen worden gebaseerd op onderrapportage appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/diagnose-alcoholmisbruik-mag-niet-alleen-worden-gebaseerd-op-onderrapportage/feed/ 0
EMA-cursus of onderzoek rijgeschiktheid kan niet worden opgelegd als betrokkene alleen over rijbewijs AM beschikte https://cbr-advocaat.nl/ema-cursus-of-onderzoek-rijgeschiktheid-kan-niet-worden-opgelegd-als-betrokkene-alleen-over-rijbewijs-am-beschikte/ https://cbr-advocaat.nl/ema-cursus-of-onderzoek-rijgeschiktheid-kan-niet-worden-opgelegd-als-betrokkene-alleen-over-rijbewijs-am-beschikte/#respond Tue, 11 Feb 2025 07:52:51 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2150 Als iemand bij een aanhouding vanwege rijden onder invloed van alcohol alleen beschikte over een rijbewijs AM (voor snor- en bromfiets) en later toch het rijbewijs B of een andere categorie haalt, mag het CBR niet alsnog een cursus of een onderzoek opleggen. Dat volgt o.a. uit de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, 26 september […]

The post EMA-cursus of onderzoek rijgeschiktheid kan niet worden opgelegd als betrokkene alleen over rijbewijs AM beschikte appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Als iemand bij een aanhouding vanwege rijden onder invloed van alcohol alleen beschikte over een rijbewijs AM (voor snor- en bromfiets) en later toch het rijbewijs B of een andere categorie haalt, mag het CBR niet alsnog een cursus of een onderzoek opleggen. Dat volgt o.a. uit de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, 26 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:7096. Daarin is het volgende bepaald:

Toetsingskader

6. Op grond van artikel 130, eerste lid, van de Wvw 1994 doen de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen, indien bij hen een vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid, dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. Bij ministeriële regeling worden de feiten en omstandigheden aangewezen die aan het vermoeden ten grondslag dienen te liggen en worden ter zake van de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vastgesteld.

7. Die ministeriële regeling is de hiervoor al genoemde Regeling. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Regeling, wordt een vermoeden als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wvw gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bijlage bij de Regeling.

8. In artikel 11, eerste lid, onder b, van de Regeling is bepaald dat het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel alcohol en verkeer indien bij betrokkene in de hoedanigheid van beginnende bestuurder een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 350 µg/l, respectievelijk 0,8‰, maar lager is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3‰, of indien betrokkene heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede of derde lid, van de Wvw.

9. In de bijlage van de Regeling worden de feiten dan wel omstandigheden, die een vermoeden rechtvaardigen dat betrokkene niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs is afgegeven, dan wel, met uitzondering van de categorie AM, over de vereiste lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs is afgegeven, beschreven. Onder “A. rijvaardigheid en gedrag” staan de vaardigheden benodigd voor het besturen van een motorrijtuig. Onder “B geschiktheid” staan eisen voor geschiktheid, waaronder lichamelijke geschiktheid, geestelijke geschiktheid en drogerende stoffen waaronder alcohol (onderstreping door de rechtbank).

Oordeel van de rechtbank

10. Uit het hiervoor weergegeven toetsingskader volgt dat een EMA niet wordt opgelegd wanneer een persoon ten tijde van overtreding van artikel 8 van de Wvw 1994 alleen beschikt over een rijbewijs categorie AM. Dat is bij eiser het geval. De rechtbank is daarom van oordeel dat het CBR ten onrechte aan eiser een EMA heeft opgelegd. Dat eiser sinds 12 juni 2023 (dus voor de datum waarop de politie de melding aan het CBR heeft gedaan) beschikt over een rijbewijs categorie B maakt dat oordeel niet anders. Het peilmoment om wel of niet een EMA op te leggen is, mede gelet op het beginsel van rechtszekerheid, het moment van de overtreding en dus niet het moment waarop het CBR de mededeling van de politie ontvangt of een besluit neemt. Dit geldt te meer nu de beslistermijn voor het CBR van vier weken als genoemd in artikel 131, eerste lid, van de Wvw 1994 geen fatale termijn is.1 Het kan niet de bedoeling zijn dat de bevoegdheid om een EMA op te leggen afhankelijk is van de slagvaardigheid van de politie of het CBR. De beroepsgrond slaagt.

11. Het CBR heeft ten onrechte een EMA aan eiser opgelegd. Dat betekent dat wat eiser verder nog heeft aangevoerd niet meer besproken hoeft te worden.

The post EMA-cursus of onderzoek rijgeschiktheid kan niet worden opgelegd als betrokkene alleen over rijbewijs AM beschikte appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/ema-cursus-of-onderzoek-rijgeschiktheid-kan-niet-worden-opgelegd-als-betrokkene-alleen-over-rijbewijs-am-beschikte/feed/ 0
Onterecht maatregel CBR na op bevel politie verplaatsen auto https://cbr-advocaat.nl/onterecht-maatregel-cbr-na-op-bevel-politie-verplaatsen-auto/ https://cbr-advocaat.nl/onterecht-maatregel-cbr-na-op-bevel-politie-verplaatsen-auto/#respond Mon, 13 Jan 2025 09:00:30 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2144 Een verweer dat de betrokkene op bevel van de politie de auto heeft verplaatst en daardoor heeft gereden terwijl hij dat eigenlijk niet wilde, heeft strafrechtelijk tot gevolg dat de verdachte niet strafbaar is. Het betreft een strafuitsluitingsgrond (bevoegd gegeven ambtelijk bevel). Ook in bestuursrechtelijke procedure van het CBR kan dit verweer doorwerken, zo zien […]

The post Onterecht maatregel CBR na op bevel politie verplaatsen auto appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Een verweer dat de betrokkene op bevel van de politie de auto heeft verplaatst en daardoor heeft gereden terwijl hij dat eigenlijk niet wilde, heeft strafrechtelijk tot gevolg dat de verdachte niet strafbaar is. Het betreft een strafuitsluitingsgrond (bevoegd gegeven ambtelijk bevel). Ook in bestuursrechtelijke procedure van het CBR kan dit verweer doorwerken, zo zien we in de uitspraak van de rechtbank Overijssel, 8 januari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:42.

De bestuursrechter oordeelde:

Het bestreden besluit is gebaseerd op de artikelen 130 tot en met 134a van de Wegenverkeerswet en op een aantal bepalingen uit de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid.

Aan het besluit ligt ten grondslag dat het vermoeden bestaat dat eiser als houder van een rijbewijs niet langer geschikt over de rijvaardigheid of geschiktheid die vereist is voor het besturen van motorrijtuigen.

2.4.In deze zaak gaat het om de vraag of het CBR terecht op basis van de geschetste feiten heeft geconcludeerd dat genoemd vermoeden bestaat.

Hierbij is van belang dat de politierechter in een mondeling vonnis van 4 november 2024 ten aanzien van dit feitencomplex naar aanleiding van een vordering van de officier van justitie op grond van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet heeft geoordeeld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen, maar dat een rechtvaardigingsgrond van toepassing is.

De politierechter heeft eiser daarom ontslagen van alle rechtsvervolging. De politierechter heeft overwogen:

“De verdediging heeft een beroep gedaan op een rechtvaardigingsgrond, te weten artikel 43

van het wetboek van Strafvordering, een bevoegd gegeven ambtelijk bevel. De

politierechter overweegt dat niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een

ambtelijk bevel gegeven door het daartoe bevoegde gezag.

Vaststaat dat de verdachte in de auto heeft gereden. Ook staat vast dat alcohol in het bloed

van verdachte is gevonden. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat de verdachte na

het horen van het bevel via de speakers van de politie dat hij door moest rijden, het voertuig

heeft bestuurd. Er was gelet op deze mededeling van de politie geen andere optie voor de verdachte, het moest, Wellicht had de verdachte kunnen uitstappen en zeggen dat hij had

gedronken. Maar, als de politie iets zegt, dan moet dat gebeuren. Het handelen van de

verdachte, gesteund door de verklaring van de neef en het proces-verbaal van de politie,

resulteert erin dat sprake was van uitvoering geven aan een bevoegd gegeven ambtelijk

bevel, Er is sprake van een rechtvaardigingsgrond ex. artikel 43 Sv, en dan is de verdachte

niet strafbaar. Ontslag van alle rechtsvervolging volgt.”

2.5.Ook in deze bestuursrechtelijke procedure staan de geschetste feiten vast. Eiser kan niet worden verweten dat hij op bevel van de politie enkele meters in de auto achteruit is gereden. Ten aanzien van dit feitencomplex en het noodzakelijke vermoeden is er geen grond om in het kader van de toepassing van artikel 130 en 131 Wegenverkeerswet anders te oordelen.

2.6.Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan niet de conclusie worden getrokken dat eiser als bestuurder met een te hoog alcohol promillage aan het verkeer heeft deelgenomen. Daarom kan daaraan niet het vermoeden worden ontleend dat eiser niet langer beschikt over de rijvaardigheid om een motorrijtuig te besturen.

Dat betekent dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering.

2.7.Het CBR heeft ten onrechte aan eiser een onderzoek naar zijn alcoholgebruik opgelegd. Om die reden is het beroep gegrond en vernietigt de voorzieningenrechter het bestreden besluit.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. Hij zal daartoe het primaire besluit van 7 juni 2024, waarbij het onderzoek aan eiser is opgelegd, herroepen.”

 

The post Onterecht maatregel CBR na op bevel politie verplaatsen auto appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/onterecht-maatregel-cbr-na-op-bevel-politie-verplaatsen-auto/feed/ 0
Rijbewijs terug vanwege evenredigheidstoets ondanks ongeschiktheid https://cbr-advocaat.nl/rijbewijs-terug-vanwege-evenredigheidstoets-ondanks-ongeschiktheid/ https://cbr-advocaat.nl/rijbewijs-terug-vanwege-evenredigheidstoets-ondanks-ongeschiktheid/#respond Tue, 31 Dec 2024 13:44:19 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2134 We zien het niet vaak, maar laatst heeft iemand toch zijn rijbewijs van de voorzieningenrechter teruggekregen ondanks dat de rechter vond dat de psychiater terecht tot ongeschiktheid is gekomen. Eigenlijk geldt dan de hoofdregel dat de betrokkene een recidiefvrije periode van een jaar in acht moet nemen, maar bij hoge uitzondering gaf de voorzieningenrechter het […]

The post Rijbewijs terug vanwege evenredigheidstoets ondanks ongeschiktheid appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
We zien het niet vaak, maar laatst heeft iemand toch zijn rijbewijs van de voorzieningenrechter teruggekregen ondanks dat de rechter vond dat de psychiater terecht tot ongeschiktheid is gekomen. Eigenlijk geldt dan de hoofdregel dat de betrokkene een recidiefvrije periode van een jaar in acht moet nemen, maar bij hoge uitzondering gaf de voorzieningenrechter het rijbewijs nu dan toch terug.

De rechtbank Rotterdam overwoog in de uitspraak van 9 december 2024 als volgt (ECLI:NL:RBROT:2024:12296):

10.1.

De Wvw 1994 is een wet in formele zin en artikel 131, eerste lid, van de Wvw 1994 (waarop het opgelegde onderzoek is gebaseerd) is dwingend geformuleerd. Dit maakt dat deze bepaling niet kan worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel.3

De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de gevolgen van het opleggen van een onderzoek naar de rijgeschiktheid van verzoeker door de wetgever niet zijn voorzien.

10.2.

Voor zover verzoeker betoogt dat artikel 8.8 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 (waarin staat dat bij een vaststelling van misbruik van psychoactieve middelen vervolgens een recidiefvrije periode van één jaar wordt gehanteerd voor herkeuring) onevenredig voor hem uitwerken, overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

De Regeling eisen geschiktheid 2000 is geldend vanaf juli 2021. Uit recente jurisprudentie blijkt vervolgens dat de vraag die in dit verband beantwoord moet worden is of het bestreden besluit voor verzoeker onredelijk bezwarend is.4 De voorzieningenrechter ziet aanleiding te oordelen dat dit in het voorliggende geval zo is en dat door het CBR meer maatwerk moet worden geboden. Het is niet betwist dat verzoeker een first offender is, dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk en dat, als hij zijn werk kwijt raakt, dit directe gevolgen heeft voor (de stabiliteit van) zijn gezinsleven. Daar komt bij dat verzoeker zich ook strafrechtelijk nog moet verantwoorden voor het door de politie geconstateerde feit en dat hij voor deze zaak in de maand december 2024 op een zitting van de politierechter zal dienen te verschijnen. Wanneer de voorzieningenrechter overigens een vergelijking maakt met de richtlijn van het Openbaar Ministerie ten aanzien van de strafrechtelijke afdoening van dit geval, bepaalt de richtlijn dat de Officier van Justitie een straf zou moeten eisen van een geldboete van € 950,- en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van acht maanden. Dit betreft dus een kortere rijontzegging dan de recidiefvrije periode die is opgenomen in de Regeling eisen geschiktheid 2000, waarop het CBR zich beroept. Gelet op deze feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat in dit geval aan verzoeker de mogelijkheid moet worden geboden om na 1 maart 2025 (na een periode van ruim acht maanden) een herkeuring te ondergaan. De voorzieningenrechter neemt daarbij in dit geval ten positieve mee dat verzoeker dermate geschrokken is door de situatie dat hij zelf hulp heeft gezocht bij De Hoop GGZ ten aanzien van wat is voorgevallen. Wat de voorzieningenrechter betreft dient dit niet ten nadele van verzoeker te worden meegenomen, nu verzoeker op de zitting ook heeft verklaard dat hij eigenlijk niet tot de doelgroep van die instelling behoorde en er daardoor niet veel aan heeft gehad.

10.3De voorzieningenrechter is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het bestreden besluit in bezwaar naar alle waarschijnlijkheid geen stand zal houden voor zover dat besluit ziet op de duur van de recidiefvrije periode, zoals die in beginsel volgt uit de Regeling. De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden maken dat de toepassing van de Regeling voor wat betreft de recidiefvrije periode in dit geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient het CBR in dit soort situaties meer maatwerk in een individueel geval toe te passen.

The post Rijbewijs terug vanwege evenredigheidstoets ondanks ongeschiktheid appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/rijbewijs-terug-vanwege-evenredigheidstoets-ondanks-ongeschiktheid/feed/ 0
Opheffen schorsing rijbewijs vanwege werk https://cbr-advocaat.nl/opheffen-schorsing-rijbewijs-vanwege-werk/ https://cbr-advocaat.nl/opheffen-schorsing-rijbewijs-vanwege-werk/#respond Tue, 09 Jul 2024 11:16:34 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2113 Bij het opleggen van een onderzoek naar de rijgeschiktheid schorst het CBR in de meeste gevallen tevens de geldigheid van het rijbewijs. Dat betekent dat u vanaf dat moment niet meer mag rijden. Dat heeft natuurlijk een forse impact op een betrokkene. U kunt proberen om de schorsing dan nog aan te vechten, maar de […]

The post Opheffen schorsing rijbewijs vanwege werk appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Bij het opleggen van een onderzoek naar de rijgeschiktheid schorst het CBR in de meeste gevallen tevens de geldigheid van het rijbewijs. Dat betekent dat u vanaf dat moment niet meer mag rijden. Dat heeft natuurlijk een forse impact op een betrokkene. U kunt proberen om de schorsing dan nog aan te vechten, maar de kans van slagen is niet groot. Slechts in uitzonderlijke gevallen haalt de rechter de schorsing ervan af.

Een voorbeeld van een gunstige uitspraak is die van de rechtbank Zeeland West-Brabant van 12 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7560.
Het gaat hier om een zeer uitzonderlijke situatie waarbij de rechter bij voorlopige voorziening het rijbewijs aan de betrokkene heeft teruggegeven vanwege het feit dat hij slechts een heel klein stukje had gereden en hij daarnaast het rijbewijs echt dringend nodig had vanwege zijn werk.
De rechtbank stelde allereerst vast dat de betrokkene het rijbewijs terug heeft gekregen via een klaagschriftprocedure:
Aan eiser is een rijbewijs afgegeven. Op 7 november 2021 is hij door de politie aangehouden op verdenking van het rijden onder invloed van alcohol. Uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal volgt dat bij eiser een ademalcoholgehalte van 845 µg/l is vastgesteld.
Het rijbewijs van eiser is ingevorderd. Eiser heeft een klaagschrift ingezonden. Bij beschikking van 1 december 2021 is het beklag gegrond verklaard en de teruggave van het rijbewijs aan eiser gelast. Aangegeven is dat gelet op het promillage dat is aangetroffen, het belang van de verkeersveiligheid in beginsel een inhouding van het rijbewijs voor langere duur kan dragen. Echter, gelet op de bijzonder omstandigheden waaronder de overtreding is begaan en het feit dat eiser zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn onderneming en dat eiser zijn rijbewijs al een maand kwijt is, heeft de raadkamer reden gezien om de persoonlijke omstandigheden zwaarder te laten wegen en het rijbewijs eerder terug te geven.

De rechtbank bevestigde daarna het dwingendrechtelijke karakter van de CBR-regelgeving:

Vast staat dat eiser de hier bedoelde regel niet heeft nageleefd en dat bij hem een zodanig hoog ademalcoholgehalte is vastgesteld dat het CBR op grond van artikel 23, eerste lid, aanhef en onder a van de ‘Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011’ (de Regeling) meteen een onderzoek diende op te leggen. Op grond van artikel 6 van de Regeling schorst het CBR in zo’n geval ook de geldigheid van het rijbewijs.
De dwingendrechtelijke bepalingen waarop de beslissing tot het opleggen van een onderzoek en het schorsen van het rijbewijs is gebaseerd bieden het CBR geen ruimte voor een belangenafweging.

Maar, de rechtbank geeft aan dat er wel een evenredigheidstoets kan plaatsvinden:

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een rechter in zeer uitzonderlijke gevallen oordelen dat de Regeling buiten toepassing moet blijven, omdat de gevolgen van de Regeling onevenredig uitwerken.

De rechtbank verwijst hiervoor naar AbRS 3 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2889 en 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:856.

En dan vat de rechtbank de verweren van de betrokkene samen:

“Eiser wijst er in dit verband op dat hij op 1 december 2021, met instemming van de officier van justitie, het rijbewijs van de raadkamer van de rechtbank Oost-Nederland retour heeft ontvangen. Sindsdien beschikte eiser weer over zijn rijbewijs en heeft hij gewoon gereden. Pas vier maanden later volgde het primaire besluit van het CBR naar aanleiding van een administratieve ‘veegmededeling’. Verder betwist eiser dat de verkeersveiligheid in het geding is geweest. Eiser wijst erop dat niet alleen de officier van justitie maar ook de klaagschriftrechter van mening waren dat het rijbewijs snel aan eiser kon worden teruggegeven. De officier is zelfs overgegaan tot een zeer uitzonderlijke afdoening: geen straf maar voorwaardelijke seponering van de zaak. Dit alles wijst erop dat er in deze zaak sprake is van zeer speciale en bijzondere omstandigheden, die maken dat er aanleiding is de Regeling in dit zeer uitzonderlijke geval buiten toepassing te laten, zoals ook door de rechtspraak van de AbRS mogelijk wordt gemaakt.
3.7.
Eiser wijst er verder op dat de voorzieningenrechter in haar uitspraak van 13 mei 2022 als volgt heeft overwogen:
“5.6 Verzoeker heeft betoogd dat hij niet de intentie had om in de nacht van 6 op 7 november 2021 zelf te gaan rijden. Hij had immers een taxi genomen om van een restaurant naar zijn hotel te gaan, waar hij zou overnachten. Nadat hij door omstandigheden het hotel was uitgezet en zijn auto de parkeergarage diende te verlaten, heeft verzoeker de nachtportier van het hotel gevraagd de auto naar buiten te rijden. Nadat de nachtportier een poging had ondernomen en te kennen gaf niet verder te kunnen rijden vanwege de vele elektronica in de auto, is verzoeker door de nachtportier gevraagd de auto zelf uit de garage te rijden. De nachtportier zou daarna de auto van verzoeker weer overnemen en verplaatsen naar een parkeerplaats. Verzoeker is aangehouden toen hij de parkeergarage uitreed.
5.7
Gelet op deze zeer specifieke omstandigheden, die door het CBR niet worden weersproken, kan naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter worden aangenomen dat verzoeker geenszins de intentie had om met alcohol op te rijden. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat eiser zich gedwongen voelde door de omstandigheden. De nachtportier had zijn auto al uit het vak gereden en durfde niet meer verder te rijden. Ook acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat eiser niet van plan was op de openbare weg te rijden, maar enkel de auto uit de parkeergarage te rijden, zodat de nachtportier het weer van hem kon overnemen. Verder is gebleken dat verzoeker niet eerder is aangehouden voor dronken rijden en dat hij gemotiveerd heeft aangegeven zijn rijbewijs nodig te hebben voor zijn werk.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan gelet op deze omstandigheden niet worden uitgesloten dat de gevolgen van de Regeling onevenredig uitwerken voor verzoeker.”

De rechtbank oordeelt als volgt.

De rechtspraak maakt het mogelijk om ook bij een dwingendrechtelijke regeling een evenredigheidstoets uit te voeren, zoals de voorzieningenrechter heeft gedaan. De toets die de rechtbank daarbij aanlegt, is een hele strenge. De vraag is of er in dit specifieke geval reden is om de Regeling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te laten vanwege zeer bijzondere omstandigheden, die maken dat de gevolgen van het bestreden besluit onevenredig zijn in verhouding met de met het besluit te dienen doel.
Dat doel is het zwaarwegende belang van het borgen van de verkeersveiligheid. Bij de geringste twijfel aan de rijgeschiktheid moet het CBR de rijgeschiktheid van een persoon (laten) onderzoeken. Als uit het onderzoek blijkt dat er reden is om de betrokkene ongeschikt te achten om een voertuig te besturen, dan wordt het rijbewijs ongeldig verklaard en kan eventueel na verloop van tijd, na een heronderzoek, het rijbewijs weer zijn geldigheid herkrijgen. Als uit het onderzoek blijkt dat er onvoldoende aanleiding is voor het oordeel “ongeschikt”, dan kan de persoon in kwestie zijn rijbewijs behouden. Zo wordt voorkomen dat daartoe ongeschikte personen met rijbewijs aan het verkeer blijven deelnemen.
De gevolgen voor eiser zijn met name te vatten in een gevoel van onrecht. Hij had geen intentie om te rijden en is fel tegen alcohol in het verkeer. Eiser ervoer een gevoel van dwang waarin hij zich genoodzaakt voelde om de auto toch uit de parkeergarage te rijden. De rechtbank begrijpt deze gevoelens, maar van ingrijpende sociale of financiële gevolgen is in de situatie van eiser niet gebleken. Het gestelde onrecht is, anders dan eiser heeft bepleit, in dat opzicht niet te vergelijken met de gevolgen die bijvoorbeeld de slachtoffers van de toeslagenaffaire hebben ervaren.
De rechtbank acht het juist dat de voorzieningenrechter daarbij ook de omstandigheden heeft betrokken waaronder is geconstateerd dat eiser reed. Dat doet de rechtbank ook en ook de rechtbank gaat uit van de lezing zoals eiser die van de feiten en omstandigheden heeft gegeven, namelijk dat hij voor hem onverwacht het hotel moest verlaten en dat het de nachtportier niet lukte om, desgevraagd, eisers auto uit de onder het hotel gelegen parkeergarage te verplaatsen naar het tegenover het hotel gelegen parkeerterrein, zodat eiser op verzoek van de nachtportier zelf de auto heeft bestuurd tot deze net buiten de parkeergarage – op het terrein van het hotel – was. Op dat moment is eiser door de politie aangesproken.
De rechtbank gaat eveneens uit hetgeen eiser heeft gesteld omtrent de strafrechtelijke invordering van zijn rijbewijs, de teruggave daarvan door de strafraadkamer en de afdoening van de strafzaak.
Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat het CBR, vermoedelijk door de late “veegmelding” pas nadien haar besluit heeft genomen, zodat eisers rijbewijs pas vier maanden na teruggave ervan door de strafraadkamer, door het CBR is geschorst.
Die omstandigheden samen zijn, gevoegd bij de omstandigheid dat eiser als zelfstandige voor het verwerven van zijn inkomen geheel afhankelijk is van het gebruik van zijn auto, ook voor de rechtbank voldoende grond voor het oordeel dat het schorsen van de geldigheid van het rijbewijs na 13 mei 2022 in dit geval niet evenredig is.
Het beroep van eiser is in zoverre gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit, voor zover daarbij de schorsing van het rijbewijs na 13 mei 2022 in stand is gelaten, vernietigen.
Dat oordeel geldt uitdrukkelijk niet voor de maatregel dat aan eiser een onderzoek is opgelegd. De rechtbank ziet in de omstandigheden waaronder is vastgesteld dat eiser met alcohol een auto bestuurde geen aanleiding voor het oordeel dat aan hem geen onderzoek kon worden opgelegd. De omstandigheid dat eiser fel tegen alcohol in het verkeer is, wat daarvan ook zij, geen reden voor een andere conclusie. Het gevolg van deze maatregel is immers slechts dat eiser verplicht werd een onderzoek te ondergaan en daarvan de kosten moest dragen.

Dus conclusie: Schorsing gaat eraf, maar de betrokkene moet het onderzoek wel doen.

The post Opheffen schorsing rijbewijs vanwege werk appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/opheffen-schorsing-rijbewijs-vanwege-werk/feed/ 0
Prikangst voor bloedonderzoek CBR https://cbr-advocaat.nl/prikangst-voor-bloedonderzoek-cbr/ https://cbr-advocaat.nl/prikangst-voor-bloedonderzoek-cbr/#respond Mon, 03 Jul 2023 22:40:43 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=2068 Een bloedonderzoek in het kader van de CBR-procedure is verplicht in het kader van de alcoholkeuringen en drugskeuringen (THC-COOH). Maar hoe moet dit nu als de betrokkene leidt aan prikangst. Het CBR heeft hier thans beleid voor geformuleerd; Te overwegen valt om een bloedonderzoek achterwege te laten als: Betrokkene ook al een bloedonderzoek geweigerd had […]

The post Prikangst voor bloedonderzoek CBR appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Een bloedonderzoek in het kader van de CBR-procedure is verplicht in het kader van de alcoholkeuringen en drugskeuringen (THC-COOH). Maar hoe moet dit nu als de betrokkene leidt aan prikangst. Het CBR heeft hier thans beleid voor geformuleerd;

Te overwegen valt om een bloedonderzoek achterwege te laten als:

  1. Betrokkene ook al een bloedonderzoek geweigerd had bij de politie wegens angst;
  2. Betrokkene geen uiterlijke kenmerken heeft die deze fobie tegenspreken (bv oorbellen, piercings of tatoeages);
  3. Uit een medische verklaring blijkt van een objectief vastgestelde fobie die een bloedonderzoek onwenselijk maakt;
  4. De keurend psychiater die zelf het bloed afneemt constateert dat afname onwenselijk is.

In deze gevallen kan dan een urineonderzoek worden gedaan.

Werkwijze bij prikangst

Hoe dan om te gaan met deze gevallen indien betrokkene geen bloedonderzoek drugs wil laten doen in het kader van het onderzoek naar de geschiktheid? Logischerwijs kan dit alleen als geldige reden worden overwogen als betrokkene om die reden ook al het bloedonderzoek bij de politie heeft geweigerd. Indien er een uitslag van het NFI is, dan kan het nu ineens om die reden weigeren van een bloedonderzoek geen aannemelijke reden zijn.

Als men vanwege een weigering i.v.m. angst voor naalden door de specialist wordt onderzocht en nu wederom weigert mee te werken aan het bloedonderzoek, dan is daarvoor medisch bewijs nodig.

Gezien het voorgaande is het niet de bedoeling dat dit medisch bewijs bestaat uit een artsenverklaring die louter bestaat uit de verklaring van betrokkene zelf. De arts zal zelf moeten hebben vastgesteld dat sprake is van een naaldenfobie, die dermate ernstig is dat een bloedonderzoek onwenselijk is. Dit kan zijn omdat betrokkene bijvoorbeeld ook niet meer is gevaccineerd of in therapie is geweest voor deze fobie. En daarbij is ook van belang dat de specialist bij het onderzoek let op de aanwezigheid van piercings en tatoeages die een ernstige fobie voor naalden onvoldoende aannemelijk maakt.

Juridisch kader prikangst

In het strafrecht is herhaaldelijk geoordeeld dat er sprake moet zijn van een bijzondere geneeskundige reden op grond waarvan de verdachte niet verplicht zou zijn om aan het bloedonderzoek deel te nemen. Een angst voor naalden valt volgens het Gerechtshof Amsterdam niet zonder meer onder die categorie (ECLI:NL:RBAMS:2018:1794, ECLI:NL:GHAMS:2019:264), waarbij is overwogen dat een huisartsenverklaring ook niet meetelt indien dit alleen een weergave is van wat betrokkene hierover verklaart.

Ook in het bestuursrecht (zie ECLI:NL:RVS:2003:AO0789) wordt bevestigd dat een betrokkene aannemelijk moet maken dat hij om bijzondere geneeskundige redenen geen medewerking aan een bloedonderzoek kan verlenen. Dat is niet het geval als nergens blijkt van objectief vastgestelde medische beletselen om aan het bloedonderzoek mee te werken. De enkele stelling dat iemand angst heeft voor naalden, kan dan ook niet leiden tot de conclusie dat er geen sprake is van een weigering.

Tot nu toe zijn er nog geen uitspraken bekend van het aannemen als reden voor het niet afnemen van bloed dat men bang is voor naalden. Wat wel als geldige reden kan worden aangemerkt voor het niet meewerken aan het bloedonderzoek, is als de arts op het politiebureau merkt dat het afnemen van bloed een dusdanige angstreactie teweegbrengt dat een bloedafname beslist onwenselijk is. Maar dit zijn de gevallen waarin de deskundige dus zelf aanwezig is op het politiebureau.

 

The post Prikangst voor bloedonderzoek CBR appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/prikangst-voor-bloedonderzoek-cbr/feed/ 0
Ondanks geen alcohol, toch verhoogde leverwaarden https://cbr-advocaat.nl/ondanks-geen-alcohol-toch-verhoogde-leverwaarden/ https://cbr-advocaat.nl/ondanks-geen-alcohol-toch-verhoogde-leverwaarden/#respond Wed, 12 Oct 2022 06:10:47 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=1986 Het komt voor. Ondanks dat iemand al langere tijd geen alcohol meer drinkt, zijn toch de leverwaarden na een bloedonderzoek steeds verhoogd. Het gaat dan om het Gamma GT en CDT, want daar wordt nog alleen op getest tijdens een bloedonderzoek van het CBR. Maar hoe kan het dat die leverwaarden verhoogd blijven? Uit onderzoek […]

The post Ondanks geen alcohol, toch verhoogde leverwaarden appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Het komt voor. Ondanks dat iemand al langere tijd geen alcohol meer drinkt, zijn toch de leverwaarden na een bloedonderzoek steeds verhoogd. Het gaat dan om het Gamma GT en CDT, want daar wordt nog alleen op getest tijdens een bloedonderzoek van het CBR. Maar hoe kan het dat die leverwaarden verhoogd blijven?

Uit onderzoek van het Amsterdam UMC blijkt dat eigen darmbacteriën de oorzaak kunnen zijn voor leververvetting en dus die verhoogde leverwaarden die bij een bloedonderzoek worden aangetroffen. Deze ziekte staat bekend als Non Alcoholic Fatty Liver Disease (NAFLD), niet-alcoholische leververvetting. Het blijkt dat ongeveer  2,5 miljoen Nederlanders kampen met NAFLD.

“Uit onze studie blijkt nu dat bij 40 procent van de NAFLD-patiënten alcohol toch een rol speelt. Alleen gaat het dan om alcohol die gemaakt is door eigen darmbacteriën”, zegt arts-onderzoeker Stijn Meijnikman dinsdag op de site van het UMC.

“Als we levercellen onder de microscoop bekijken, lijken de levercellen van mensen met niet-alcoholische leververvetting erg op die van mensen met alcoholische leververvetting”, vertelt hij verder.

In een van de experimenten kregen proefpersonen een stofje dat de alcoholafbraak in de lever stillegt. Bij patiënten met niet-alcoholische leververvetting leverde deze proef een vijftien keer hoger alcoholpercentage op dan wanneer de lever normaal werkt.

Het effect verdween na toediening van antibiotica. “Dit toont aan dat de grote hoeveelheid alcohol afkomstig is van darmbacteriën”, zegt Meijnikman.

(bron: Lichaam kan volgens studie zo veel alcohol aanmaken dat je vervette lever krijgt | Gezondheid | NU.nl)

 

 

The post Ondanks geen alcohol, toch verhoogde leverwaarden appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/ondanks-geen-alcohol-toch-verhoogde-leverwaarden/feed/ 0
Thuis nog alcohol drinken na ongeval helpt niet in CBR-procedure https://cbr-advocaat.nl/thuis-nog-alcohol-drinken-na-ongeval-helpt-niet-in-cbr-procedure/ https://cbr-advocaat.nl/thuis-nog-alcohol-drinken-na-ongeval-helpt-niet-in-cbr-procedure/#respond Sun, 25 Apr 2021 08:01:48 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=1947 Het gaat hier om de zogenaamde schrikborrel. Na het ongeval drinkt iemand nog alcohol thuis. Het verweer is dan dat er geen bewijs is dat iemand met het geconstateerde alcoholgehalte heeft gereden, omdat er na het rijden dus nog alcohol is genuttigd. Dit verweer heeft echter geen kans van slagen. In meerdere uitspraken heeft de […]

The post Thuis nog alcohol drinken na ongeval helpt niet in CBR-procedure appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Het gaat hier om de zogenaamde schrikborrel. Na het ongeval drinkt iemand nog alcohol thuis. Het verweer is dan dat er geen bewijs is dat iemand met het geconstateerde alcoholgehalte heeft gereden, omdat er na het rijden dus nog alcohol is genuttigd. Dit verweer heeft echter geen kans van slagen. In meerdere uitspraken heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat de bestuurder, door thuis nog alcohol te drinken, het risico heeft geschapen dat een betrouwbare vaststelling van het alcoholgehalte niet meer mogelijk is. Dit komt voor rekening en risico van de bestuurder (zie o.a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:580.

In die uitspraak werd het volgende verwogen:

“Bij het voorgaande neemt de Afdeling in aanmerking dat de omstandigheid dat [appellant], in de periode gelegen tussen het ongeval en het ademalcoholonderzoek alcohol heeft gedronken, niet afdoet aan de bevoegdheid van het CBR om een asp op te leggen. Deze door [appellant] gevolgde handelwijze, waarmee hij zelf het risico heeft geschapen dat een betrouwbare vaststelling van het ademalcoholgehalte niet meer mogelijk was, brengt met zich dat een eventuele discrepantie tussen het gehalte tijdens het besturen en het gehalte ten tijde van de constatering voor zijn rekening en risico komt. Hetgeen [appellant] terzake naar voren heeft gebracht is onvoldoende voor het oordeel dat het CBR dit niet voor rekening en risico van [appellant] heeft mogen laten. De Afdeling verwijst hierbij naar haar uitspraak van 13 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3027.”

The post Thuis nog alcohol drinken na ongeval helpt niet in CBR-procedure appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/thuis-nog-alcohol-drinken-na-ongeval-helpt-niet-in-cbr-procedure/feed/ 0
CBR mag bij verhoogd CDT rijbewijs ongeldig verklaren, ook als de psychiater iemand wel geschikt acht https://cbr-advocaat.nl/cbr-mag-bij-verhoogd-cdt-rijbewijs-ongeldig-verklaren-ook-als-de-psychiater-iemand-wel-geschikt-acht/ https://cbr-advocaat.nl/cbr-mag-bij-verhoogd-cdt-rijbewijs-ongeldig-verklaren-ook-als-de-psychiater-iemand-wel-geschikt-acht/#respond Fri, 11 Dec 2020 16:55:39 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=1939 CDT is een belangrijke marker om alcoholmisbruik vast te stellen, omdat dit bijna niet door andere oorzaken verhoogd raakt. Dat is ook de reden waarom het CBR bij een verhoogd CDT het rijbewijs ongeldig mag verklaren, zelfs bij een gunstig rapport van de psychiater. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State […]

The post CBR mag bij verhoogd CDT rijbewijs ongeldig verklaren, ook als de psychiater iemand wel geschikt acht appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
CDT is een belangrijke marker om alcoholmisbruik vast te stellen, omdat dit bijna niet door andere oorzaken verhoogd raakt. Dat is ook de reden waarom het CBR bij een verhoogd CDT het rijbewijs ongeldig mag verklaren, zelfs bij een gunstig rapport van de psychiater.

Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), bijvoorbeeld haar uitspraken van 26 juli 2006 (ECLI:NL:RVS:2006:AY5042) en 29 augustus 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BB2523), volgt dat het CBR in een procedure als deze, waar het gaat om de vraag of verzoeker wel of niet rijgeschikt is, gemotiveerd kan afwijken van een psychiatrisch advies indien het advies van de psychiater niet in overeenstemming is met de wettelijke maatstaf van paragraaf 8.8 van de Regeling. Hiervan kan sprake zijn indien de psychiater adviseert om een verklaring van rijgeschiktheid te verstrekken, terwijl bij de betrokkene sprake is van een verhoogde CDT-waarde in combinatie met een voorgeschiedenis van alcoholmisbruik (zie met name de genoemde uitspraak van 29 augustus 2007). Bij deze combinatie is immers niet aannemelijk of aangetoond dat het alcoholgebruik is gestopt, wat gelet op paragraaf 8.8 van de Regeling wel is vereist. Bij een verhoogde CDT-waarde in combinatie met een voorgeschiedenis van alcoholmisbruik, moet ervan worden uit gegaan dat dit een gevolg is van alcoholmisbruik, tenzij een andere oorzaak aannemelijk wordt gemaakt (zie ook de uitspraak van de Afdeling van 11 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4155)).

Het CBR blijft, als beslissingsbevoegd bestuursorgaan verantwoordelijk, voor het verstrekken van een verklaring van geschiktheid, al dan niet onder termijnbeperking (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 7 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2379)).

The post CBR mag bij verhoogd CDT rijbewijs ongeldig verklaren, ook als de psychiater iemand wel geschikt acht appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/cbr-mag-bij-verhoogd-cdt-rijbewijs-ongeldig-verklaren-ook-als-de-psychiater-iemand-wel-geschikt-acht/feed/ 0
Onderzoek mag niet worden opgelegd voor alcoholfeit van voor halen rijbewijs https://cbr-advocaat.nl/onderzoek-mag-niet-worden-opgelegd-voor-alcoholfeit-van-voor-halen-rijbewijs/ https://cbr-advocaat.nl/onderzoek-mag-niet-worden-opgelegd-voor-alcoholfeit-van-voor-halen-rijbewijs/#respond Mon, 21 Sep 2020 07:44:08 +0000 https://cbr-advocaat.nl/?p=1926 Het CBR blijft het proberen, maar het is niet toegestaan: Het opleggen van een onderzoek naar de rijgeschiktheid net na het behalen van het rijbewijs. Het gaat dan bijvoorbeeld om een aanhouding vanwege rijden onder invloed in de periode dat iemand geen rijbewijs had. Vervolgens haalt die persoon alsnog het rijbewijs en kort daarna ontvangt […]

The post Onderzoek mag niet worden opgelegd voor alcoholfeit van voor halen rijbewijs appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
Het CBR blijft het proberen, maar het is niet toegestaan: Het opleggen van een onderzoek naar de rijgeschiktheid net na het behalen van het rijbewijs. Het gaat dan bijvoorbeeld om een aanhouding vanwege rijden onder invloed in de periode dat iemand geen rijbewijs had. Vervolgens haalt die persoon alsnog het rijbewijs en kort daarna ontvangt hij een brief van het CBR dat er een onderzoek naar de rijgeschiktheid is opgelegd en dat tevens de geldigheid van het rijbewijs wordt geschorst omdat de betrokkene destijds nog als beginnend bestuurder moet worden gezien.

De rechtbank Amsterdam heeft nu in een uitspraak van 20 december 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:9391 bepaald dat dit niet is toegestaan. De rechtbank overwoog het volgende:

“Verweerder heeft het besluit genomen naar aanleiding van het feit van 17 mei 2015. Dat betekent dat verweerder in beginsel ook dat feit moest gebruiken als basisfeit om de beslissing op te baseren. Maar het zijn wel twee feiten die mogen meetellen bij de vaststelling van de hoeveelheid overtredingen. In de aangehaalde uitspraak van de Afdeling heeft verweerder geen maatregel opgelegd, omdat verweerder van die feiten niet op de hoogte was gesteld. Daar zat geen bewuste keuze achter, zodat de betrokkene er niet op mocht vertrouwen dat er geen verdere consequenties aan zaten. Die situatie doet zich hier niet voor. Hier doet zich de situatie voor dat eiser in 2013 slechts een AM-rijbewijs had en er daarom op dat moment geen wettelijke basis bestond om een maatregel op te leggen. Eiser kon alleen een boete krijgen. Nu eiser een B-rijbewijs heeft gekregen, kan verweerder dat oude feit niet alsnog als basis voor een maatregel laten gelden bij een nieuw feit. Daarvoor diende het laatste feit, 560 µg/l (1,288 ‰), als basis gebruikt te worden. Dat feit is niet ernstig genoeg voor een onderzoek naar de rijgeschiktheid, maar wel voor een EMA op grond van artikel 11, eerste lid, onder b, van de Regeling. Ook de twee feiten samen zijn dan niet genoeg voor een onderzoek naar de rijvaardigheid, omdat daar drie feiten voor nodig zijn. Op grond van artikel 11, eerste lid, onder c, van de Regeling dient ook dan een EMA te worden opgelegd.”

The post Onderzoek mag niet worden opgelegd voor alcoholfeit van voor halen rijbewijs appeared first on CBR-Advocaat.

]]>
https://cbr-advocaat.nl/onderzoek-mag-niet-worden-opgelegd-voor-alcoholfeit-van-voor-halen-rijbewijs/feed/ 0